2018, het jaar van de geregisseerde kwetsbaarheid

FANTOOMKWETSBAARHEID

Dit jaar toonde de ene na de andere (sociale)mediapersoonlijkheid zijn kwetsbaarheid aan het oog van de wereld. Waar komt die behoefte vandaan? En welke rol speelt commercie in deze golf van quasi-eerlijkheid?

Haro Kraak
VK 17 december 2018
Beeld Philip Lindeman

Anna Nooshin zat erdoorheen. ‘Even een beetje confession time’, zei de bekende influencer en presentatrice eind november in een YouTube-filmpje met de titel ‘Ik ben hier ZO onzeker over’. ‘Ik worstel deze week met motivatie, ik merk dat ik gewoon niet zo veel zin heb in dingen.’ Een van de oorzaken was dat ze foto’s van vier jaar geleden had bekeken. ‘Mijn haar was toen echt zó lang, tot over m’n tieten, en heel gezond.’ Ze had al van alles geprobeerd – ‘ál die pillen, SugarBearHair, biotine, hoe heet al die troep’ – maar niets werkte. ‘Ik mis het’, zei ze over haar lange manen. ‘Dan zit je gewoon niet lekker in je vel.’

Anna Nooshin Beeld ANP

Ja, er waren ergere dingen in de wereld, gaf ze meteen toe. Toch leefden haar 276 duizend abonnees hartstochtelijk met haar mee. In honderden reacties werd haar een hart onder de riem gestoken en kreeg ze tips om de haargroei te stimuleren. Ook waren er mensen, vooral meisjes, die iets anders opviel: het haar van Nooshin, glimmend en golvend tot ruim over haar schouders, zag er prachtig uit. ‘Ik zou een moord doen om jouw haar te hebben’, schreef ene Lindsey. Wat was er eigenlijk mis met haar ravenzwarte haardos?

Hoewel het er voor de buitenstaander glamoureus, comfortabel en enerverend uitziet, is het leven van een influencer – een onlinebekendheid die meestal geld verdient door producten en merken terloops onder de aandacht te brengen bij de eigen achterban – niet altijd makkelijk. Dat is althans wat je ze steeds vaker hoort zeggen. Was het jarenlang de norm om op sociale media een perfect, succesvol en gelukkig bestaan neer te zetten, nu is het gangbaar, nee, zelfs al cliché geworden, om te laten zien dat jij óók heus onzeker bent, met allerlei problemen worstelt en soms even diep in de put zit, of erger. Liefst met de toevoeging: probeer nu deze dieetshake/dit crèmepje/deze sport om erbovenop te komen.

De toverwoorden van deze trend zijn kwetsbaarheid, eerlijkheid en openhartigheid – precies wat er voorheen zo schortte aan sociale media. ‘Wauw, klinkt misschien gek’, reageert ene Anne op het filmpje van Nooshin, ‘maar ik vond je echt heel real/authentiek in deze vlog!’ Die echtheid is wat de – veelal jonge – volgers het liefst willen zien. Ze houden niet van die afstandelijke beroemdheden van tv, maar willen een gevoel van intimiteit en herkenning ervaren als ze naar hun onlinehelden kijken. Dat wat het vloggen oorspronkelijk zo aantrekkelijk maakte, een ongefilterd inkijkje in iemands persoonlijke leven, wordt door de nieuwe nadruk op worstelingen dus nog verslavender.

Op tal van blogs over sociale media en ondernemen vind je tips over hoe je online het best je kwetsbaarheid kunt tonen. ‘Niemand houdt van perfect’, zegt influencer en businesscoach Jamie King in het artikel ‘75 Prominent Influencers Share Their Top Advice’. ‘Ik spreek bijvoorbeeld geregeld over mijn postnatale paniekaanvallen.’ Als je een fout toegeeft, schrijft vakblad Marketing Land in het stuk ‘Social Media: Where Vulnerability Is Strength’, zal iemand die die fout ook maakt zich met je identificeren. ‘Daardoor voel je een band met iemand, terwijl je die persoon niet eens kent.’

Jamie King Beeld Getty Images

Hoewel deze nieuwe ontwikkeling al een paar jaar gaande is, zagen we dit jaar de culminatie ervan, ook buiten de sociale media. YouTubers biechtten in 2018 hun burn-out op, rappers vertelden in hun nummers over depressies of psychische stoornissen, modellen gaven toe soms ook te troosteten, tv-makers bekenden hoe zwaar het ouderschap was, acteurs kwamen ervoor uit gepest te zijn en ondernemers deden hun grootste zakelijke mislukkingen uit de doeken. Vaak werd er een product mee verkocht, een film, een album, een tv-programma, een tour, of wat dan ook. Wat vrijwel al deze bekentenissen deelden: ze werden onder strikt geregisseerde omstandigheden geuit, toen de tegenslag alweer te boven was.

Kijk maar naar Nooshin, die bij haar vlog haar nieuwe kledinglijn promootte. Zie de VPRO Zwelgplek, waar succesvolle mensen hun ‘cv der mislukkingen’ prijsgeven. Neem de Inside My Bones-expositie van singer-songwriter Dotan in 2017, waarvoor knappe BN’ers op een sobere, pure manier in een eenvoudig wit T-shirt, met peinzende blik, werden vastgelegd in een zeer flatterende zwart-witfilter. Tevens een reclame voor zijn nummer Bones. Of blader de _Wendy _van deze maand door, die ‘een ode aan imperfectie’ is en waarin Angela Schijf (39) en Wendy van Dijk (47) praten over ouder worden, rimpels krijgen en dat het leven pas interessant is ‘als het schuurt’, terwijl ze op de foto staan met de strakke lichamen van tienermeisjes, met perfecte belichting, soft focus-filters en ‘smokey eyes’-make-up.

Dit fenomeen heeft een naam: ‘geregisseerde kwetsbaarheid’ – ook wel ‘fantoomkwetsbaarheid’. Het is een term die schrijver Roxane van Iperen al in 2014 poneerde in Het Parool. ‘Het is’, schreef ze, ‘de afgetrainde kwetsbaarheid van een Victoria Beckham, die na vier kinderen zo’n kleuterlijf heeft dat haar man opgepakt zou moeten worden als hij het met haar doet. Het is de gestylede kwetsbaarheid van een Carice van Houten en Halina Reijn met het boek Antiglamour, waarin zij hun existentiële eenzaamheid tonen vanachter de muur van een hartsvriendschap en een ‘urban tribe’-vriendengroep.’

Toen in april van dit jaar het nieuws over het trollenleger van Dotan naar buiten kwam, haalde Van Iperen diens Inside My Bones-expo in het Rijksmuseum aan om nog eens het fenomeen van fantoomkwetsbaarheid aan te kaarten. ‘De meest lege, narcistische tentoonstelling die ooit het Rijks heeft ontsierd’, twitterde ze over de stemmige zwart-witfoto’s van ‘mooie, succesvolle’ mensen. ‘Echt: geregisseerde kwetsbaarheid is de meest cynische, giftige mindfuck van deze tijd.’

Een deel van die giftigheid komt voort uit de gedachte dat het tonen van je zwakte een opzichtige manier kan zijn om naar iemands sympathie te hengelen: de toeschouwer moet meeleven met de afzender en die net gevormde band wordt vervolgens ingezet om hem of haar te beïnvloeden – vandaar ook de term ‘influencer’. Geregisseerde kwetsbaarheid is in die zin ook koket en pronkerig, want de implicatie is: hou van mij, ik durf mijn ziel bloot te geven.

De opmars van kwetsbaarheid, geveinsd én oprecht, is nog verder terug te voeren. In 2010 gaf Brené Brown, op dat moment een relatief onbekende hoogleraar maatschappelijk werk, de TED Talk ‘The Power of Vulnerability’. Haar praatje sloeg bij een breed publiek aan en is inmiddels met 37 miljoen views de op vier na meest bekeken TED-video. Ze bouwde haar speech uit tot een boek dat wereldwijd een bestseller werd, ook in Nederland. Op basis van haar onderzoek stelt Brown dat mensen die zich kwetsbaar durven op te stellen, meer hechte en intense vriendschappen en relaties hebben en meer voldoening uit het leven halen.

Brené Brown Beeld Philip Lindeman

Uit duizenden interviews en focusgroepen ontwaarde Brown dat dit vaak moedige mensen zijn, zei ze tijdens haar TED Talk. ‘Ze spraken over de bereidheid om als eerste ‘ik hou van jou’ te zeggen’, de bereidheid om iets te doen zonder garanties op succes, de bereidheid om te investeren in een relatie zonder dat je weet of er een kans van slagen is.’ Deze mensen hebben volgens Brown, kortom, de moed om onvolmaakt te zijn, en om zichzelf en al hun imperfecties te laten zien. Ze durven het risico te nemen afgewezen te worden.

De invloed en reikwijdte van haar boodschap zijn niet te onderschatten. Zelfs mensen die nog nooit van Brown of haar boek hebben gehoord, zijn erdoor beïnvloed. Oprah Winfrey noemde Brown haar ‘soulmate’ en haar ideeën werden omarmd in de media, de politiek en het bedrijfsleven – voor bijna elk vakgebied zijn wel cursussen te vinden die gebaseerd zijn op haar theorieën.

Brown is bovendien een van de denkers die hebben bijgedragen aan een wereldwijde tendens om schaamte onschadelijk te maken en stigma’s te doorbreken, een beweging die in talloze boeken, films en tv-programma’s is terug te vinden: vrijwel elk verhaal over verslaving, ziekte, trauma of afwijkingen wordt gerechtvaardigd met het taboedoorbrekende en het bewustzijnsverhogende karakter ervan.

Zo stond NPO 3 dit voorjaar ruim een maand in het teken van depressie, met meerdere programma’s en documentaires, om psychische problemen onder jongeren ‘bespreekbaar te maken’. Vanzelfsprekend heeft deze opleving van openhartigheid en het tonen van kwetsbaarheid veel goeds gedaan. Vermoedelijk zijn er levens gered doordat mensen eerlijk over hun zelfmoordgedachten durfden te praten. Een gelijksoortig effect zie je bij de body positivity-trend, waarbij stereotiepe schoonheidsidealen worden bekritiseerd. Ook daardoor zullen sommige mensen zich minder voor hun lichaam schamen.

Ingewikkelder wordt het als het bedrijfsleven, met zijn immer tijdgeestgevoelige marketingafdelingen, op de kwetsbaarheidshype springt. Cosmeticamerken als Dove en VSM, die influencers laten vertellen hoe onzeker ze waren over hun slechte huid, hun gewicht, littekens of andere onvolkomenheden, met betoverend mooie foto’s erbij. Scheermesjesmerk Venus dat op Instagram foto’s post van een model met de huidziekte vitiligo dat haar oksels scheert. ‘Het maakt niet uit of je je okselhaar laat staan of niet’, staat erbij, ‘je ziet er geweldig uit.’ Ja, dat model wél, met haar haast kunstzinnige pigmentvlekken. Bovendien: natuurlijk maakt het Venus wel uit of je je okselhaar laat staan, scheren zal je!

Kwetsbaarheid en intimiteit worden zo een valuta: wie zijn zorgvuldig geformuleerde onzekerheden verkoopt – of beter: wie het zich vanuit een geprivilegieerde positie kan veroorloven zijn onzekerheden te verkopen – kan rekenen op aandacht en inkomsten. Zie de titel van Nooshins vlog: ‘Ik ben hier ZO onzeker over’ – clickbait in zijn puurste vorm (en niet toevallig veruit haar best bekeken filmpje van de afgelopen weken).

Ondertussen wordt een tegenovergesteld effect bereikt: mensen worden er niet minder onzeker van en gaan zich niet minder schamen, maar juist meer. Want de lat van het schoonheidsideaal (of elk ander ideaal) ligt onverminderd hoog. Als model X al zo onzeker is over haar huid/haar/innerlijk, hoe moet ik me dan wel niet voelen?

Eind november ging een post van een zogenaamde mommy blogger het internet rond, de Britse Katie Bower, die 53 duizend volgers heeft op Instagram, waar ze vooral foto’s van haar kinderen plaatst en geld verdient doordat bijna alle producten op haar foto’s via haar webshop te koop zijn. Bij een foto van een van haar zoons, die die dag zijn 6de verjaardag vierde, schreef ze dat hij nooit zo veel likes kreeg als haar andere kinderen. Het verschil weet ze aan het algoritme en aan het feit dat hij als middelste maar kort ‘de baby’ was, en mensen houden nu eenmaal van baby’s. Of misschien lag het wel aan zijn spleetoogjes.

Op een dag, voorspelde ze verdrietig, zou hij erachter komen dat hij minder populair was en dat zou fnuikend zijn voor zijn zelfvertrouwen. Daarom vroeg ze, als cadeautje op zijn verjaardag, of mensen hem nu wél massaal wilden liken. Volgers reageerden furieus op deze emotionele chantage en haar post werd op Twitter verspreid als een voorbeeld van de schadelijke gevolgen van moederbloggers. Ze verwijderde de foto en zei in een filmpje op haar Instagram-account: ‘Dit is helaas hoe het soms gaat op sociale media als je je kwetsbaar opstelt en iets toont van jezelf dat niet perfect is.’

Nee, dit is wat er gebeurt op sociale media als je strategisch ingezette kwetsbaarheid per ongeluk je ware intenties onthult. Dat je meer geeft om het uitventen en aan de man brengen van een levensstijl, in dit geval het fulltime moederschap, dan om het verstandig en liefdevol uitoefenen ervan. Het enige wat haar geregisseerde kwetsbaarheid onbedoeld en ironisch genoeg gemeen had met echte kwetsbaarheid: dat de kans bestond dat ze werd afgewezen.

Advertisements

Griet Op de Beeck – Interview

Het gaat mij om het contrast tussen wie we proberen te zijn en wie we echt zijn

{Interview}

De Vlaamse Griet Op de Beeck (44), schrijver van vier bestsellers en het Boekenweekgeschenk, is ‘van de plank af gegaan’ nadat ze wereldkundig maakte dat ze een misbruikslachtoffer is. ‘De samenleving kijkt vanuit wantrouwen’. Dus past ze haar trilogie over incest aan.
©© Jitske Schols 2018

Jij hebt sinds 2013 vier romans op je naam staan, en je bent nú al gevraagd om het Boekenweekgeschenk te schrijven. Iedereen zal je wel op de schouders slaan?

,,Ik kon niet geloven dat ik het Boekenweekgeschenk mocht schrijven. Er zijn schrijvers die erop vooruitlopen dat ze worden gevraagd, maar dat was bij mij ab-so-luut niet het geval. Ineens moest ik een verhaal hebben, liefst met een dringend, urgent onderwerp. Schrijver Herman Koch stelde me gerust. Hij zei: zie het Boekenweekgeschenk als een lang verhaal. Dat nam de druk weg. Ik wilde schrijven over wat er gebeurt in de wereld. Al dat protectionisme, nationalisme, de haat tegen vreemdelingen en vluchtelingen; daarover moest het gaan. En nee, het Boekenweekgeschenk gaat niet over incest, zoals iemand al vroeg.”

Met een oplage van 661.000 kun je lezers de boodschap meegeven uit je romans, namelijk dat iedereen zijn leven kan veranderen. Jouw personages breken met hun oude leven of relatie. Zit die aansporing erin?

,,Dat is niet wat ik voor ogen heb gehad. Ik schrijf geen zelfhulpboeken, ik schrijf ook niet van me af. Ik heb een grote nood aan afstand tussen mijzelf en datgene waarover ik wil vertellen. Dus niemand hoeft te denken dat hij betaalt voor mijn zielenroerselen. Het gaat mij om het contrast tussen wie we proberen te zijn, willen lijken te zijn, wie we laten uitschijnen te zijn en wie we echt zijn. Hoe we met elkaar praten en wat we graag zouden willen zeggen, maar niet durven of kunnen.

Schrijven is voor mij van onwaarschijnlijk groot belang. Meer dan ik ooit had durven denken. Het biedt een antwoord op de grote, existentiële vraag naar de zin van dit alles. Die vraag heeft mij van jongs af aan beziggehouden. Blijkbaar typisch voor zeer getraumatiseerde mensen – maar dit terzijde.

Ik heb natuurlijk wel gemerkt dat mijn eerste twee boeken, en ook de aflevering van Zomergasten waarin ik zat, bij mensen allerlei emoties hebben losgemaakt. Dat merk ik aan alle reacties. Ik vind dat een groot cadeau, al stond ik er in het begin huiverig tegenover. Ik was bang dat het zou afleiden van de literaire kwaliteiten van mijn boeken, maar ik omarm het nu. Het ontroert me om te merken dat mensen dat kleine beetje toestemming nodig hebben om een beslissing voor zichzelf te mogen nemen. Om in te grijpen op hun leven en andere keuzes te maken dan ze tot dan toe deden. Dat doet de hoofdpersoon in het Boekenweekgeschenk ook.”

Je krijgt veel post, veel e-mails. Wat schrijven mensen?

,,Sinds de uitzending van De wereld draait door, waarin ik heb verteld over de incest, heb ik bijna tweeduizend mails gehad. Eén categorie roept ‘toppie, ik herken me er niet in, maar wat goed die openheid’. Een groep mensen heeft het zelf meegemaakt of kent iemand die is misbruikt, en voelt zich gesteund. En dan heb je de mensen die laten weten: ‘door jou heb ik hulp gezocht’ of ‘ik heb het eindelijk mijn lief verteld met wie ik al tien jaar samen ben’ of ‘ik heb toch nog eens contact opgenomen met mijn zus, omdat ik het nooit heb kunnen uitleggen, en heb gezegd: kijk naar de uitzending, dat is het verhaal wat ik u al zoveel jaar probeer te vertellen’. Ik heb ook veel mails ontvangen van hulpverleners, psychiaters, psychologen en filosofen met opmerkingen als: je hebt geen idee hoe belangrijk dit is voor mijn cliënten. En ik heb twee nare mails gekregen.”

Twee?

,,Ja, van mensen die zeggen: ‘vuile kuthoer, wat heb je gedaan’. Zulke mails vind ik heftiger dan dat er op sociale media tegen me tekeer wordt gegaan. Iemand moet dan echt de moeite nemen om mijn e-mailadres op te zoeken. Een vriend van mij zei ‘u steekt uw nek uit, mensen schelden u dan de huid vol’. Maar ik heb geen mening geuit, hè, ik heb alleen mijn verhaal gedaan.”

Schrijven er ook mannen?

,,Ja, ik gok een derde van iedereen. Dat heeft me blij verrast. Een man moet een extra grote stap doen om ervoor uit te komen dat er een andere man aan hem heeft zitten prutsen. Als je een heteroseksueel leven leidt, drijft er een extra laag schaamte bovenop, waardoor het nog moeilijker is je te outen. Totaal onterecht natuurlijk.”

Komen ze met dezelfde kwesties als vrouwen? En durven ze openhartig te zijn?

,,Niet iedereen heeft het nodig zijn hele verhaal te doen, het is ook best heftig. We praten over zeer, zeer donkere, vreselijke verhalen van mensen die dit hebben moeten meemaken. Sommigen volstaan met één zin: ‘eindelijk kan iemand het uitleggen’.”

Jij zegt dat je geen directe herinneringen hebt aan de incest. Daarover ontstond ophef, omdat sommige critici vinden dat je op basis van secundaire aanwijzingen nooit had mogen verklaren dat je dit hebt meegemaakt.

,,Na de uitzending kreeg ik een paar kletsen in mijn gezicht. Niet alleen kwamen de negatieve reacties keihard aan, maar ik moest zelf dan eindelijk erkennen hoe het zat. Omdat ik het zei, kon ik er niet meer omheen. Dat is zo’n grote stap geweest, dan komt al die emotie los waar ge zo lang bang voor bent geweest, die ge zo lang hebt ontvlucht door het te ontkennen. Voor mij was dit hét culminatiemoment van een lang proces. Het gaf een storm van overdonderende emoties. Ik ben helemaal de plank af gegaan. Ik ben pas sinds enkele weken opgekrabbeld.”

Heb je in al die jaren van therapie dan niet gereageerd met snot en pijn?

,,In het begin reageerde ik juist onthecht. Ik heb geleerd al mijn emotie te parkeren. En te glimlachen en vrolijk te zijn, omdat mensen dat graag hebben. Járen heb ik zo geleefd. Al mijn vrienden in therapie jankten de ogen uit hun kop. Ikke nie, pffff. Mijn emoties zaten vast. Ik voelde niets. Het kwam er niet uit. Er zaten jaren tussen het inzicht verwerven ‘wat is er met mij aan de hand’ en dat laten zakken. De heftigheid van worden verpletterd onder zeer grote emoties had ik tot op dat moment nooit meegemaakt. Niet op zo’n ondermijnende manier. Of zo lang. Het was kut. Ik ga er niet stoer over doen.”

Dus je zag niet aankomen wat je publieke openbaarmaking met je zou doen?

,,Totaal niet. Ik vermoedde natuurlijk wel dat het, ongeacht de reacties, een effect op me zou hebben. Ik was er theoretisch van op de hoogte dat dit zou gebeuren. Maar ik kon niet inschatten hoe dat zou zijn. En ik kon er niet te lang bij stilstaan, want anders had ik het misschien niet gedaan.

Ik wist dat er op misbruik een taboe rust, maar het is nog veel groter dan ik dacht. Dat heeft me geschokt. Ik denk dat dit komt doordat we allemaal een vader hebben, of er een zijn. Sommige mensen hebben op sociale media geroepen dat het een stunt was om mijn boek te verkopen. My God, hoe cynisch kan een mens zijn? Choquerend.”

Heeft niemand je gewaarschuwd: zou je het wel doen?

,,Vrienden zeiden: is dat wel slim? Maar ik besefte allereerst dat het voor mijn persoonlijke evolutie een buitengewoon slechte zaak zou zijn om te liegen op vragen die onontkoombaar zijn als je een trilogie schrijft met incest als thema. Naast de andere thema’s trouwens. Het gaat in mijn boeken altijd over de schaduwen die je verleden werpen, en misbruik is daar een deel van. Ik had kunnen liegen, dat was mijn goed recht geweest. Mensen mogen dat voor zichzelf beslissen. Maar dat zou betekenen dat ik dat geheim de rest van mijn leven zou moeten meedragen, want ik kan niet zeggen ‘neuh, neuh’ en zes jaar later: eigenlijk is het toch mijn verhaal. Dan moet je zwijgen.

En dat zou impliceren dat ik zelf de schaamte zou blijven dragen voor wat mij is aangedaan. Dat is fundamenteel onjuist! Het zou mij hinderen me te bevrijden van dat grote trauma dat mij als volwassene op zoveel manieren heeft bepaald. Dat was ik zó beu.

En ik had gemerkt wat het kan betekenen als je bereid bent te spreken. Ik schrijf een boek om het taboe rond incest te doorbreken, om te verduidelijken hoe complex dat is, hoeveel consequenties het geeft, niet alleen voor het slachtoffer maar voor de hele omgeving en dan ga ikzelf dat taboe in stand houden? Zo’n soort schrijver wil ik niet zijn.

Ik vind het wel vervelend dat het uitstraalt naar Het beste wat we weten. Sommige mensen durven het eerste deel van de trilogie niet te lezen omdat ze denken dat het mijn persoonlijk verhaal is. Nee dus. Ik schrijf met grote autoriteit over seksueel misbruik omdat ik uit eigen ervaring weet wat het is én omdat ik er veel research naar heb gedaan. Alleen zo kom ik los van mijn eigen verhaal.”

Lezers verwachten misschien jouw verhaal met de details.

,,Het gaat niet om de aanschouwelijke details. Die zijn onduidelijk. Ik heb geen keihard, voor een rechtbank steekhoudende bewijzen. Dat is bijna nooit het geval. Maar ik weet welke sfeer er in een gezin hangt waar het gebeurt, tot in detail hoe zich dit manifesteert in een volwassen leven. Dat gebruik ik om een boek te schrijven. Ik probeer in het hoofd van het personage te wonen.”

Je gebruikt wel een aantal van de 107 aanwijzingen die je hebt verzameld om tot het besluit te komen dat je slachtoffer van incest bent geweest.

,,Secundaire bewijzen. Mensen moeten niet denken: als jij het allemaal niet weet, kan het mij óók zijn overkomen. Er moet een lange reeks van voorwaarden zijn vervuld, voor je in die richting mag denken.”

Van je nieuwste boek worden minder exemplaren verkocht dan je zou verwachten op grond van eerdere verkoopcijfers. Mensen vinden incest misschien te zwaar of te moeilijk? Hoofdpersoon Lucas zegt ergens: een slachtoffer vraagt je om iets te doen, al was het maar je inleven in zoiets huiveringwekkends, terwijl een dader je juist vraagt niks te doen, en we doen allemaal liever niks.

,,Het zijn nog altijd fenomenale verkopen waarvoor ik blij en dankbaar ben. Deze roman heeft meerdere thema’s, en een ervan slaat op misbruik. Lucas besluit midden in zijn leven stil te staan en zich de vraag te stellen: wat klopt er wel en wat niet? Die beweging maken we op een gegeven moment allemaal. Het boek draait om het leven zelf, en ik vind het jammer als mensen denken dat de gore details je vanaf bladzijde 16 tegemoet spetteren.

Door alle reacties heb ik de volgorde van mijn trilogie omgedraaid. Ik wilde in het tweede deel het perspectief kiezen van het slachtoffer dat op latere leeftijd na veel gesputter tot het onontkoombare inzicht komt dat misbruik de verklaring is voor alles. Het derde boek zou vanuit het standpunt van haar ouders komen.”

Wat maakt die andere volgorde uit?

,,Het is getrouwer aan hoe de samenleving kijkt naar slachtoffers. Vanuit een kritische, wantrouwende blik, vanuit ontkenning. Dat is een pijnlijk inzicht. Ik gebruik dat in de boeken. Ik denk dat het zo juister is.”

Mensen haken misschien gemakkelijker aan bij dat andere thema uit je boeken: kinderen die op allerlei manieren voor hun ouder of ouders hebben moeten zorgen, omdat hun vader of moeder de rol van volwassene niet pakte.

,,Ja, een zeer groot thema in mijn werk, en in de wereld. En zéér schadelijk. Als kinderen aanvoelen dat een vader zijn drankprobleem niet de baas is of een alleenstaande moeder het niet aankan, en zich verantwoordelijk voelen. Dat heeft dramatische gevolgen. Mijn hart breekt als ik zie dat kinderen niet krijgen wat ze verdienen en nodig hebben. Sociaal werkers monitoren de gezinnen waarin het fout gaat, maar niet de jongens en meisjes achter de keurige gevels, met de fris gewassen haren, die netjes naar school gaan en het leuk doen. Het is het kind dat altijd glimlacht over wie je je zorgen moet maken.”

Als je niet leert waar de ander ophoudt en jij begint, hoe brei je dat later nog recht?

,,Ik geloof fundamenteel dat een mens in staat is zich uit alle soorten drek te trekken. Als je de moed hebt, kun je het punt bereiken al je monsters in de ogen te kijken. Elke vorm van groeiend zelfinzicht is niet alleen goed voor jezelf maar voor iedereen met wie je in contact komt. Soms moet je jezelf er een goede therapeut bij gunnen. Als je het niet voor jezelf wilt doen, doe het dan in vredesnaam voor je kinderen, je lief, je intieme vrienden, of zelfs je collega’s. Hoe meer je begrijpt waar je emoties en patronen vandaan komen, waarom je met mensen omgaat zoals je doet, hoe meer hen dat ten goede komt.”

Geloof jij dat de patronen die generaties lang in families worden doorgegeven, kunnen veranderen?

,,Absoluut. Het zou een vreselijk lot zijn als je gedoemd bent te leven zoals anderen dat voor jou hebben geregeld. Ik ben zelf het levende bewijs dat het niet hoeft. Ik heb allerlei mensen naar de shrink gestampt. Liefdevol gestampt. Vanaf het moment dat je het aangaat, is er opeens perspectief dat er eerder niet was. Dat geeft een ongelooflijke hoeveelheid energie, kracht en moed. Het geeft je de kans om met je gevoelens bij een situatie te blijven zonder dat je emoties worden vermenigvuldigd met een factor 10, omdat die situatie raakt aan oud zeer. Dat maakt het leven dragelijker.”

Je kunt de donkerste hoeken van mensen pas opzoeken, stel jij, als je ook de lichtheid zoekt. Waar zit die in? Hoop, humor, geluk?

,,Ik probeer humor en liefde in mijn boeken te introduceren. Ik denk dat we de donkerte beter aankunnen als we af en toe de relativiteit, de flauwekul van alles inzien. Ik houd niet zo van het woord hoop. Hoop klinkt als in een zetel wachten tot het beter wordt. Ik ben van oppakken, doen, proberen, falen, vallen en weer opstaan.”

Klopt het dat Brigitte Kaandorp bij je boekpresentatie heeft gezongen: ‘Ik heb een heel zwaar leven, echt heel zwaar’?

,,Ik kwam Brigitte tegen tijdens een staatsbanket in het Koninklijk Paleis op de Dam. In dezelfde week dat ik bij De wereld draait door zat. Zij vroeg me waaraan ik werkte. Ik zei ‘aan een trilogie met incest als verbindend thema’. Waarop zij zonder aarzelen antwoordt: O nou, heb jij dat meegemaakt? Zo bóém. Ik vond het héérlijk, dat ongehinderde. Het taboe slaat nergens op. Wat ze vroeg was terecht. Ik heb op dat moment wat gestameld, beduusd door haar heerlijke Hollandse directheid. Maar ik vond het geweldig. Daarom heb ik haar gevraagd. Ik wist: wat ze ook doet, het zal juist zijn. Dat was het. Iedereen heeft tranen met tuiten gelachen. Heerlijke vrouw. Ze heeft speciaal voor die avond een lied herschreven. Een Nederlands-Vlaams volkslied, heel geestig. Ze bracht precies de lichtheid die ik zocht.”

Aurelia Brouwers (1988-2018)

Aurelia Brouwers (1988-2018) kampte jaren met geestelijke problemen. Ze oogstte respect én woede met haar openlijke euthanasiewens.

NRC
Danielle Pinedo

Het was een wat kleurloos verkiezingsdebat, vorig jaar maart in Zwolle. Politici spraken anderhalf uur lang over integratie, vluchtelingen, arbeid en zorg. Tot een jonge vrouw het woord nam. Ze zei dat ze psychiatrisch patiënt was. En dat het in de psychiatrische zorg „heel erg mis gaat”. Wisten de sprekers dat wel?

Schrijver Özcan Akyol, die het debat leidde, vroeg of ze een voorbeeld kon geven. De vrouw vertelde dat zij onlangs uren onderkoeld in een bos had gelegen. „Ik wist niet meer wie ik was, hoe oud ik was en hoe ik heette.” Een ambulance had haar naar het politiebureau gebracht, maar de crisisdienst stuurde haar nog diezelfde avond naar huis. „Wegens bezuinigingen.”

De vrouw was Aurelia Brouwers. Twee weken geleden kreeg ze euthanasie wegens ondraaglijk psychisch lijden – iets wat relatief weinig voorkomt. Van de 6.091 mensen die in 2016 euthanasie kregen, hadden zestig een psychiatrische achtergrond, volgens de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie.

Aurelia genoot landelijke bekendheid omdat zij via sociale media openhartig schreef over haar euthanasiewens. Daarmee oogstte zij respect én woede. Aurelia was een voortrekker in de mondiale euthanasiebeweging, maar zij werd ook geconfronteerd met een petitie, ondertekend door tienduizend mensen, om haar van euthanasie te weerhouden.

Door haar persoonlijke benadering van een gevoelig thema werden mensen aan het denken gezet, zegt Bart Bouwman, voorzitter van het CDJA in Overijssel. Aurelia woonde in Deventer en was actief CDA-lid. Ze bezocht partijbijeenkomsten – vaak in groene CDA-shawl. Bouwman: „Daar deelde zij haar ideeën over hulpverlening en euthanasie. Maar nooit op een drammerige manier. Door over zichzelf te vertellen, maakte ze problemen bespreekbaar. Het werd niet politiek.”

In Het meisje met de schaar. Dagboek van een krasser (2011) vertelt Aurelia haar levensverhaal. Ze werd geboren in een gezin met lieve ouders, die haar „een stabiele basis” gaven. „Ik was een vrolijk kind, slim volgens iedereen en erg levendig”, schrijft ze. De geestelijke problemen die ze vanaf haar veertiende ontwikkelde, kwamen voor velen als een schok.

Aurelia was nog een baby toen ze met haar ouders naar Duitsland verhuisde. De sfeer onder kinderen op school daar was hard. Als hoogsensitief en invoelend kind – haar woorden – leed ze daaronder. Ze piekerde veel, schrijft ze. „Ik begin na te denken over alle mensen die op een gruwelijke manier zijn vermoord in de oorlog. De joden in de Tweede Wereldoorlog, mensen in de Vietnamoorlog en de vrij recente oorlog in de Balkan. In mijn gedachtes voel ik de angst van slachtoffers. Ik rijd mee in de treinen naar Auschwitz en sterf in de gaskamers.”

Ook haar perfectionisme en geldingsdrang zaten Aurelia in de weg. Als ze een taak niet uitmuntend uitvoerde, stelde ze voor haar gevoel niets voor. „Ik strafte mezelf al op jonge leeftijd”, schrijft ze. „Dat deed ik door mezelf dingen te ontzeggen die ik graag wilde. Als ik bijvoorbeeld zin had in cola, nam ik expres geen cola. Had ik zin om met poppen te spelen, dan pakte ik een boek.”

Belangrijk lijkt de dag dat Aurelia naar een gesprek over de dood luistert, tussen haar ouders en een paar vrienden. Ze is dertien en raakt bevangen door angst, schrijft ze in haar boek. „Wat heeft het leven nog voor zin als we toch allemaal doodgaan, als ons lichaam vergaat tot as en onze ziel voor altijd is verdwenen? Ik word bang voor het einde, elke seconde beangstigt me, want elke seconde betekent weer een seconde dichter bij de dood.”

Eenmaal terug in Nederland gaat Aurelia naar het Isendoorn College in Warnsveld. Ze is vijftien als haar mentor haar ouders uitnodigt voor een gesprek en aanraadt hulp te zoeken voor hun dochter. Met moeite haalt ze haar vwo-diploma.

In de jaren die volgen zal ze vele zelfmoordpogingen doen. Ze krijgt onder meer de diagnoses borderline, complexe en chronische posttraumatische stressstoornis, hechtingsproblematiek, obsessief-compulsieve stoornis en angststoornis. Het leidt tot een lange reeks behandelingen en medicamenten, waaronder beeldende therapie, groepstherapie, antidepressiva en antipsychotica. Zonder noemenswaardig resultaat.

Aurelia was kwetsbaar, zegt goede vriend Toon Krijthe. Hij typeert haar als „iemand die wel wat positieve aandacht kon gebruiken”. Maar Aurelia was volgens hem ook een krachtige vrouw met doorzettingsvermogen. Dat blijkt niet alleen uit haar optredens bij politieke bijeenkomsten, maar ook uit het feit dat ze het leven zo lang heeft vol gehouden. „Aurelia heeft altijd geroepen dat ze de 25 nooit zou halen. Toch is ze 29 geworden.”

Voor Aurelia was het leven een marteling, zegt Krijthe. Ze sleepte zich door ieder uur. En tegelijkertijd was ze „vreselijk creatief”. Aurelia schreef, breide en haakte. „Bij het leeghalen van haar huis zijn we even lang bezig geweest met de hobbykamer als de rest. Ik heb weleens tegen haar gezegd: eigenlijk heb je geen tijd om dood te gaan.”

Maar de meeste tijd stak Aurelia volgens Krijthe in haar missie: euthanasie voor mensen met psychische problemen bespreekbaar maken. Dat is een groot taboe, merkte hij tijdens hun twaalf jaar lange vriendschap. „Zeker als je jong bent. Jonge mensen horen gevoelsmatig niet dood te gaan.”

Dat maakte het niet makkelijk de euthanasie bij te wonen. Maar hij deed het toch, zegt Krijthe, want hij voelde dat zijn goede vriendin in een uitzichtloze situatie zat. „Aurelia wilde niet zozeer dood, ze wilde dat het lijden zou stoppen. Ze had alles geprobeerd. Geen behandeling hielp. Dat besef maakte het draaglijk afscheid van haar te nemen.”

Vorig jaar meldde Aurelia zich aan bij de Levenseindekliniek. Die gaf – samen met een onafhankelijke psychiater – begin december toestemming voor euthanasie. Een paar weken later volgde het akkoord van de SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland).

Vanaf dat moment streepte Aurelia op een whiteboard de dagen weg. Bij haar geplande sterfdag – 26 januari – stond in grote letters ‘euthanasie’, met een smiley erachter. „Dat was typisch Aurelia”, zegt Krijthe. „Ondanks alles een gevoel voor humor hebben en dat als houvast gebruiken.”

 

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/10/voor-aurelia-was-het-leven-een-marteling-a1591735

Masochisten ontvluchten in Ik vertrek de haast, maar belanden in de hel – Televisie

Tv-recensie Frank Heinen

De Volkskrant

Vrijdag schreef Peter Buwalda in deze krant dat hij nooit tv-recensent zou willen zijn. Moet je altijd grappige dingen navertellen waar je bij had moeten zijn.

Maar ja. Soms moet het. Soms breekt nood wet.

Neem dat onverwoestbare fundament onder Avro-Tros, Ik vertrek. Ik vertrek is als je favoriete smaak chocoladereep: als je erin slaagt je consumptie te beperken tot eens per week, wordt-ie met de week lekkerder.

Je vraagt je af waar al die mensen hun goede moed vandaan blijven halen

Ik vertrek heeft de wereld voorgoed veranderd. Vroeger was je een dromer als je in een oude boerderij in de Lot een accommodatie voor groepssessies wilde beginnen, tegenwoordig ben je dan gewoon een masochist.

Je vraagt je af waar al die mensen hun goede moed vandaan blijven halen, terwijl ze donders goed weten dat ze op het punt staan hun comfortabele leven als datamanager in Woerden of stappenteller in Assen te verruilen voor een bestaan van lekkende dakgoten, dove aannemers, norse dorpelingen, glutenvrije gasten, onleesbare vergunningen, moessons en de onvermijdelijke huwelijkscrisis. Ze ontvluchten de haast, en belanden in de hel. En die zo vurig gewenste zon maar schijnen, op de smeulende resten van wat beter gewoon een fantasietje gebleven was.

Afgelopen zaterdag was het de beurt aan Michiel en Sibel. Michiel was zijn ict-bedrijfje beu en Sibel was paardenfluisteraar. Michiel en Sibel scheelden bijna twintig jaar. Nu gingen ze naar Zuid-Frankrijk, accommodatie voor groepssessies opzetten.

In de veertig minuten pleasden Michiel en Sibel elkaar tot aan de rand van de afgrond

En o ja, ze waren een soort van uit elkaar. Ze omhelsden elkaar nog wel veel. Voortdurend, eigenlijk. Maar: puur vriendschappelijk.

En o ja, Sibel had een nieuwe vriend. Ene Ed.

Michiel: ‘We zijn goed in elkaar pleasen.’

In de veertig minuten die volgden pleasden Michiel en Sibel elkaar tot aan de rand van de afgrond. Terwijl zij besluiteloos met een schaaltje door hun paradijsje scharrelde, knapte hij met zijn vrienden de boel op. Ed kwam langs, en koos direct weer het hazenpad. Het beeld van zijn nieuwe vriendin, die met haar ex een Franse boerderij verbouwde om er samen in te trekken sprak hem gek genoeg toch niet zo aan.

Sibel: ‘Ik had dit ook niet aan zien komen.’

Daar was Michiel al. Weer een omhelzing.

Een hypnotiseur lag op de trampoline in de zon en zei: ‘On­ge­lo­fe­lijk wat je hier aan energie bin­nen­krijgt.’

Een halfjaar later was het uit met Ed. Michiel en Sibel – nog altijd huggende exen – kregen een eerste groep op bezoek. Een hypnotiseur lag op de trampoline in de zon en zei: ‘Ongelofelijk wat je hier aan energie binnenkrijgt.’

Buwalda had gelijk; daar had je bij moeten zijn.

De eerste groepssessie begon met een glas wijn en een voorstelrondje. Onder de deelnemers bevonden zich: een kale expert op het gebied van het creëren van passief inkomen, een man wiens bedrijf was afgebrand en een mevrouw die in een vlaag van openhartigheid constateerde: ‘Waar ik het meest trots op ben, is dat ik dit voorjaar per ongeluk in mijn eigen beerput ben gevallen.’ Het klonk als Eds verhaal, maar Ed was weg.

Vakkundig weggepleased.

via Masochisten ontvluchten in Ik vertrek de haast, maar belanden in de hel – Televisie – Voor nieuws, achtergronden en columns