De Dichter des Vaderlands over de verkiezingen

Staat

Verlos ons van de hooligans, het brullen in de straten. Van treinen die niet rijden en van de themaweek. Van volledig automatisch doorgeladen haten,de liegende politicus. De koffie en de cake.

Verlos ons van vergunningen en van ons welvaartsvet. Pyjamadag. Bejaardenflat. Van het burgerbijstandsteam en vaste inlooptijden. Van hoofddoekvrees, van religieus besnijden. Van lange rijen op Schiphol,

de aanklampmails van goede doelen. Van posterhoofden, viltstifttrekkers, peervormigheid en sta-op-stoelen. Van aftapping en pseudovraag. Van mensen die mijn land zeggen en hun buurt bedoelen.

Van dertig soorten pindakaas en zestig soorten brood. Van sushibar,vuurwerkshow en dansen na de dood. Verlos ons van de bontkraagen van de kansenwijken. Van kaas met plastic randen

en van speelgoed voor de rijken. Van voorlichting met aardbeismaak. Digitaliseren. Van witgewassen auto’s die je nergens kunt parkeren. Van optimisme, beeldschermliefde, hypnotherapie.

Van de Hitler-vergelijking en de rok over de knie. Van Facebookrel, begrotingsfout, van dreigen met de hel. Van de weekheid der nuance en de domheid van het geld.

Van vegasnack en suikertaks. Van metrolijn en brekend steen. Van ingevlogen superfruit. Van hoogbegaafdheid in groep 1. Van kleuren voor volwassenen en kinderen die roken.

Van mantelzorg en schuldgevoel. Van balancerend koken. Van cowboys, indianen, van speelgoedactivisme en studerende vandalen.Van steeds gekwetste zielen. Van stropdaspolemiek.

Van alle holle vragen op de labels aan de thee. Van twitterpolitiek en ijsbeertjes op zee. Van vragenuur. Van kast, van muur, van doeners die niets blijvends meer bedenken.

Van denkers die wel weten maar niet doen. Van alle rare woordenen hun nutteloze schrijvers. Van standbeeldangst en valse roem. Verlos ons van de goddelozen en de predikanten.

Van thuiscompost en CO2. Van lekker tegen-alles, lekker voor-me-eigen. Van kankerroepers, tegelfluimers. Sissers, graaiers, hijgers. Verlos ons van parkeerbeleid, de taart met genderkleur,

de wachtmuziek, het supermarkthumeur. Van fietsendief, van festivals en van reclameborden. Van dichte mist. Van verre pijn. Middenweg en polderleed. Quinoasnorren. Sportschoolzweet.

Van jezelf te moeten zijn. Verlos ons van de hypotheek. Verlos ons van de huur. Van jonge boerendochters, comazuipend in een schuur. Verlos ons van de meerderheid.

De eenzaamheid. Het zaad. De varkenskop, de knuffelploeg, de knieval voor de haat. Verlos ons van de meningen en van het stemlokaal.Van privacy. Van ironie. Verlos ons allemaal.

Ester Naomi Perquin.

Advertisements

Schrijver L.H. Wiener schreef F. Starik een mail, maar kreeg nooit antwoord – Starik was namelijk al overleden

Afgelopen vrijdag overleed dichter F. Starik. Daags tevoren hadden hij en schrijver L.H. Wiener afgesproken in café De Engelse Reet.
L.H. Wiener
Café De Engelse Reet in Amsterdam ©Hollandse Hoogte / Paul van Riel

Beste Frank,

Wist jij dat café De Engelse Reet in de Begijnensteeg te Amsterdam op zondag gesloten is? Ik niet, anders was ik er op zondag 18 maart uit Haarlem niet naartoe gegaan, want ik houd niet van nutteloze acties. Maar ik stond dus wel mooi voor een neergelaten rolluik en een dichte deur. Ik had er als saluut aan ons verkennende, daarna openhartige en uiteindelijk zo innemende gesprek nogmaals het glas willen heffen. Aan hetzelfde tafeltje bij het raam, maar nu alleen en ten afscheid. Het adjectief innemend mag hier wel in dubbele betekenis worden opgevat, want we dronken beiden dubbele consumpties. Jij een chique Van Wees-jenever naast een vaasje bier en ik een borrel cola met ijs.

Ik ben toen maar naar café Scharrebier op de hoek van de Foelie Dwarsstraat en het Rapenburgerplein uitgeweken, om daar onze ontmoeting te bestendigen.

Wij raakten voor de eerste keer in gesprek in de Westergasfabriek, weet je nog, tijdens die literaire manifestatie met de speelse naam Manuscripta, waarbij je me uitgelaten en hartelijk begroette, terwijl je dacht dat ik een ander was. Die snaak deugt, dacht ik toen meteen, want zelf denk ik ook vaak dat ik een ander ben.

En kort geleden troffen we elkaar in Paradiso, tijdens de beurs voor kleine uitgevers, waar je me op nuchtere toon vertelde dat je een hartaanval had gehad en niet meer dronk. Waar een hartaanval al niet goed voor is.

De dood liet ons toen niet meer los, waarbij je plotseling met een wel heel curieuze mededeling kwam: de exacte datum van je eigen dood

Het was toen dat we afspraken elkaar nu eens echt te ontmoeten, in café de Engelse Reet, waar je Menno Wigman regelmatig trof, meestal op donderdag. De dichters van De eenzame uitvaart en De poule des doods. Een laatste groet aan de in eenzaamheid gestorven medemens, verzameld in Een steek diep, schetsen van verloren levens. Eerzaam werk, diepe buiging.

Voor iemand die niet meer dronk zette je een behoorlijk tempo in, het werkwoord demarreren drong zich op. Nu spuug ik er zelf ook niet in en na een half uur taxeerde ik het gelag op rond de 50 euro. Ons gesprek kwam al gauw op Menno en zijn kwaliteit als dichter. Jij wist dat hij postuum de Ida Gerhardt-prijs zou krijgen, tja. Ik vertelde je dat ik de dag na zijn begrafenis alleen naar Zorgvlied ben gegaan om hem de laatste eer te bewijzen. En hoe onwezenlijk ik het vond dat hij daar onder al die bloemen in de grond moest liggen. De dood liet ons toen niet meer los, waarbij je plotseling met een wel heel curieuze mededeling kwam: de exacte datum van je eigen dood. Die lag vast en was bepaald op 13 december 2019, door wie ben ik vergeten. Bij het afscheid sloeg je een arm om me heen, een soort halve knuffel. Toen riep je luid de ober aan: ’70 procent voor mij, 30 procent voor deze meneer!’

Je antwoordde niet, omdat je toen al dood was

Op vrijdag 16 maart 2018 om 16.24 uur schreef ik je de volgende e-mail:

Ik kijk op gisteren terug met een goed gevoel. Als je er geen bezwaar tegen hebt reken ik je vanaf nu tot een bevriende mogendheid. Ruzie krijgen kan altijd nog wel, maar voorlopig zie ik geen mogelijkheden. Dat ik me tijdens het wederzijds signeren met mijn eigen pen diep in mijn vinger prikte moet freudiaans bepaald zijn. Maar de onderbewuste drijfveer ontgaat me vooralsnog. Of het zou moeten zijn dat ik liever inkt in mijn aderen heb dan bloed. Ja, dat is het. Na je vertrek ben ik nog ‘even’ blijven zitten om de rekening alsnog in evenwicht te brengen. En vanmorgen bleek dat ik nergens open lag en dus veilig ben thuisgekomen. Blijf gezond, dat is gewoon het beste.

Je antwoordde niet, omdat je toen al dood was.

Onze vriendschap was de kortste uit mijn leven.

Ik groet je, F. Starik.

Een echte dichter is zijn tijd vooruit.

L.H. Wiener

F. Starik: het laatste interview met de dichter voor eenzame doden

Eind vorige maand sprak Trouw-journaliste Sybilla Claus uitgebreid met dichter en schrijver F. Starik, voor een verhaal over zijn stichting Eenzame Uitvaart. De reportage, hieronder gepubliceerd, bleek de laatste te zijn over het werk van Starik: vrijdag overleed hij onverwacht op 59-jarige leeftijd.
Sybilla Claus 
F. Starik (met bril) op 27 februari op begraafplaats Sint Barbara bij de uitvaart van de Ier Alan Brian Ray. Dichteres Anneke Brassinga heeft zojuist haar gedicht voorgedragen en gooit aarde op de kist. ©Werry Crone

Slechts een paar hardlopers trotseren de kou in het Amsterdamse Westerpark. Waar verscholen in het park begraafplaats Sint Barbara ligt, luiden de klokken. In de kapel omringen zes grote kaarsen in staande kandelaars de kist van Alan Brian Ray (75). De Ier leefde in Amsterdam-Oost in een veertig jaar niet schoongemaakte woning. Hij had alle ramen dichtgetimmerd en het plaatsje achter vakkundig met rotzooi gevuld.

Er zijn genoeg steden in Nederland waar een dode zonder na­be­staan­den direct van de koelcel naar het graf gaat

Het consulaat kon geen familie vinden, de gemeente betaalt zijn uitvaart. De kist is de goedkoopste, spaanplaat met papierfolie in eikenprint, maar oogt mooi, met een rood-oranje gemeentelijk bloemstuk erop en een wit lint zonder tekst. Op de eerste rij links zitten de dragers, op de rij rechts twee dichters. Op rij vier zit de uitvaartbegeleidster. Dat is het.

Meneer Ray – vereenzaamde Amsterdammers zijn vaker van het mannelijk geslacht – is voor stichting Eenzame Uitvaart al de 226ste dode. Dat klinkt oneerbiediger dan het is. Er zijn genoeg steden in Nederland waar een dode zonder nabestaanden direct van de koelcel naar het graf gaat. Dankzij een groep bevlogen dichters gaat dat er in de hoofdstad heel wat warmer aan toe.

Dichter van dienst is vandaag Anneke Brassinga van de Poule des Doods, zoals zij zichzelf noemen. Die zorgt er alweer zestien jaar voor dat niemand in Amsterdam alleen van de wereld afscheid moet nemen.

‘Is hij bang
sinds die ene is weggegaan of nooit gekomen,
vreest hij de wereld die hem dwars door de ruit heen
kan raken? Kwam je nog buiten, Alan – ‘s nachts
misschien bij nieuwe maan in de donkerste uren
van vrede voor hen wie alles te veel is?’

draagt zij voor. Daarna legt Brassinga het gedicht gevouwen op de kist, en buigt kort. Na het laatste muziekstuk brengen de dragers Ray naar buiten. Van een volgstoet is geen sprake. Alleen de twee donker geklede dichters lopen achter hen aan.

Bijbaan

De man die in 2002 de Poule des Doods en de Amsterdamse versie van Eenzame Uitvaart oprichtte opent later zijn huisdeur in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt in een strak zwart pak. De kraag van zijn witte overhemd wijkt uiteen in grote punten.

F. Starik is een van de zeldzame Nederlanders die meerdere begrafenispakken in de kast heeft hangen. Uitvaarten zijn voor hem een bijbaan geworden. Sinds zijn bemoeienis met de Eenzame Uitvaart is de dood nog vaker in de gedachten van Starik. Hij coördineert alles, schrijft standaard na afloop een verslag – inclusief het gedicht – voor de website en voor de nieuwsbrief.

Neem zijn muziekcollectie. In de loop der jaren heeft Starik aardig wat cd’s verzameld. “Ik werd zo moe van altijd dezelfde nummers van Bach. Dus heb ik ook de muziek naar me toegetrokken.” In plaats van ‘drie keer licht klassiek’ – standaardbegrip in de uitvaartwereld – verzint Starik voor iedereen wat anders. Bij meneer Ray begint de muziek met een Ierse nocturne. Na het gedicht volgt Neil Young met een kinderkoor dat onverwacht vrolijk ‘We know the way, to get you back home’ zingt. Het slotstuk is een ‘Irish Blessing’.

De muziek mag ook niet te gek klinken. Want altijd is er een kans dat er op het laatste moment toch een bekende komt opdagen.

In het dagelijks leven staat er altijd een extra oortje open: kan Starik daar wat mee? Voor de 80-jarige gay meneer die eind februari als eerste aan de beurt was, had Starik eigenlijk een gay dichter op het oog. Voor hem werd het muziek van Jimmy Scott. “Een man die zo hoog zong als een vrouw.” Voor de 66-jarige Duitser die na hem kwam koos hij operaliedjes zoals ‘Immer Leise’. “Ik hoop dat hij het kon verstaan.”

Lees verder onder de foto

F. Starik ©Patrick Post

Maar als die Duitser nou een oude rocker was, vol tattoos? Dat was hij niet, weet Starik. “Ik hoor telefonisch de ambtenaar uit die de woning van de overledene bezoekt. De kamer van deze man bevatte niet veel persoonlijke zaken.” De muziek mag ook niet te gek klinken. Want altijd is er een kans dat er op het laatste moment toch een bekende komt opdagen.

Baby

Onuitwisbaar vindt de dichter het beeld van een eenzame uitvaart van een baby. Dat kleine kistje dat een uitvaartondernemer op haar handen voor zich uit draagt. Het komt te vaak voor, neem de nooit opgeloste dood van de baby van de Sloterplas in de zomer van 2016. “De politie denkt dan al snel aan de mensenhandel of gedwongen prostitutie.”

Iedereen houdt van baby’s. Maar de groep dichters van Eenzame Uitvaart beheerst de kunst om zelfs bij een rotzak een lichtstraal te ontdekken. Starik vindt het ‘ontroerend’ hoe iemand die zijn hele familie van zich weet te vervreemden, zijn eigen waarheid creëert: “Mijn favoriet is de man die zichzelf een heldhaftig verleden had toebedacht. In de oorlog hadden de Duitsers in zijn hand geschoten, had hij altijd verteld, waardoor zijn middelvinger permanent recht omhoog stond. Zegt zijn zus telefonisch tegen mij: ‘Oh dat was gewoon een ongelukje met een zaag.’”

De groep dichters van Eenzame Uitvaart beheerst de kunst om zelfs bij een rotzak een lichtstraal te ontdekken

Starik voelde zich niet belogen. “Zo’n detail maakt me juist gelukkig. Iedereen heeft recht op zijn eigen verhaal. Dat is toch mooier dan zeggen dat je een mislukkeling bent.” Het is een vorm van je trots behouden in deze veeleisende tijden. En daarom is deze man die onmogelijk in de omgang was, en bij leven verschrikkelijk alleen, de dichter dierbaar. Hij vindt trouwens altijd wel een haakje om iemand te mogen. De deelnemende dichters hebben allemaal een bovengemiddelde fascinatie voor de dood en datzelfde zwak voor buitenbeentjes – in overheidsjargon: zorgmijders – dat Starik kenmerkt.

Tien dagen dood thuis

Neem de drugsverslaafde die begin februari werd gevonden in de Ten Katestraat. Een dwangmatig verzamelaar, Braziliaan van oorsprong. Nog geen vijftig, tien dagen alleen dood thuis gelegen dus niet meer toonbaar. Overlastgever, vervuilde woning, wellicht een onbedoelde overdosis, aldus het rapport van de gemeente. Wegwezen, denkt de doorsnee passant dan. Het wonder van de Eenzame Uitvaart is dat dichter Thomas Möhlmann er bij zijn afscheid een heel andere draai aan weet te geven: hij maakt in zijn gedicht weer een kind van hem. ‘Het kind van alle mensen dat vergeefs probeerde zichzelf bijeen te vinden en bewaarde wat het verloor.’

Lees verder onder de foto

F. Starik (rechts) kijkt toe hoe de kist van Alan Brian Ray op de draagbaar wordt getild. ©Werry Crone

“Ik zoek altijd een match tussen dode en dichter”, zegt Starik thuis. Eva Gerlach groeide op in Suriname en schreef een jaar geleden het gedicht Bruya (‘Verwarring’ in het Sranantongo) voor een Surinaamse man.

Van mijn generatie was Wigman altijd met afstand de beste dichter. Zijn dood heeft me erg aan­ge­gre­pen.

F. Starik

De in februari overleden Menno Wigman was stadsdichter en bevriend met Starik. Wigman was een van de eersten die zich bij de Poule des Doods aansloot. In 2016 schreef hij een gedicht voor een Italiaan die in een lege woning in Amsterdam-Noord woonde.

‘Ik heb vanochtend voor je huis gestaan.
We deelden jarenlang dezelfde buurt.
Dezelfde wolken prijkten voor je raam.
We namen geld op uit dezelfde muur
en leefden even scheef als mensenschuw.’

Dichten, drinken en roken horen voor sommigen onafscheidelijk bij elkaar. Na een hartinfarct dat hem vorig jaar vier maanden lam legde heeft Starik de drank afgezworen. Zo sterk was Wigman niet, hij vond een leven zonder maar niks.

En zodoende moest Starik vorige maand spreken voor zijn goede vriend, die al op zijn 51ste overleed aan een geheimzinnige hartkwaal. “Van mijn generatie was Wigman altijd met afstand de beste dichter. Zijn dood heeft me erg aangegrepen.” Starik wil Wigmans naam op de website van Eenzame Uitvaart nog niet van een kruisje voorzien. Dat zou het afscheid onomkeerbaar maken.

Voor het leven

Ook dichters Wim Brands, Rogi Wieg, Adriaan Jaeggi en Simon Vinkenoog hebben de groep al verlaten. Zelfdoding, kanker, ouderdom. Sommigen haken bij leven af uit de Poule des Doods. Neeltje Maria Min had al zoveel uitvaarten van zichzelf dat ze het niet meer trok. Voor anderen als Anneke Brassinga is het een levenslange toezegging. Drie dagen kan ze met zo’n dode bezig zijn, maar na de uitvaart is het klaar. Voor Starik is het evenmin een project. “Dit ga je aan voor het leven.”

Toch wenst zelfs hij soms de dood weg. Dat kan niet. Dan is hij maar tevreden als ‘het loopt’. Dat wil zeggen als de juiste muziek wordt gedraaid, de goede voordracht wordt gehouden en de dragers niet te veel hoesten bij de uitvaart.

Langzaam laat de voorloper deze ochtend op Sint Barbara de kist in het gedolven graf zakken. Dit is de sectie waar drie ‘vreemden’ boven elkaar begraven worden. Iemand heeft een gerbera op het gedicht gelegd. De dichters sluiten af met het gooien van schep zand op de kist . Ze lopen terug richting koffiekamer.

Echt eenzaam zijn de uitvaarten feitelijk niet, meent Starik achteraf. Beheerder Richard Degenkamp van de begraafplaats is er vaak bij, net als een uitvaartondernemer, vier tot acht dragers, soms een gemeenteambtenaar, de dichter van dienst en hijzelf. “Samen zijn we toch een alternatieve familie.”

Jaarlijks 400 doden

De gemeente Amsterdam betaalt jaarlijks de begrafenis van zo’n 400 doden. Over de eerste twee maanden van 2018 staat de teller al op 94. Het idee is dat er geen onderscheid mag bestaan tussen wie wel of geen geld heeft. Bij gemiddeld vijftien mensen per jaar gaat niemand komen. Dan verzorgt Eenzame Uitvaart de laatste eer.

F. Starik (1 juli 1958-16 maart 2018)

Dichter, auteur en beeldend kunstenaar F. Starik overleed afgelopen vrijdag op 59-jarige leeftijd. Hij was van 2010 tot 2011 stadsdichter van Amsterdam. Na het overlijden van burgemeester Eberhard van der Laan plaatste Het Parool in oktober een dank-gedicht van Starik groot op de verder lege voorpagina. In 2013 schreef hij in Trouw columns over zijn dementerende moeder: ‘Moeder doen’, die ook in boekvorm verschenen.

‘Liefde komt niet ineens terug als de dood nadert’

Eva (69) wilde na ruim veertig jaar huwelijk scheiden; en toen werd haar man ziek.

Door: Corine Koole

 

‘Liefde komt niet ineens terug als de dood nadert’

‘Het was op een zondagochtend begin 2015. Mijn man en ik zaten rechtop in bed tegen de kussens, toen ik tegen hem zei: ‘Ik hou niet meer van je, ik ga weg.’ Mijn man begreep er niets van. Hij wilde weten waarom. Drieënveertig jaar waren we getrouwd geweest en nu wilde ik plotseling alleen verder? Hij was niet radeloos. Eerder van zijn à propos. En na een tijdje vroeg hij: ‘Hoe vertel ik dit de mannen van de tennisclub?’ Zelf voelde ik grote opluchting, eindelijk had ik de knoop doorgehakt. Ik begreep zijn verbazing wel, we hadden geen slecht huwelijk in de zin van ruzies en scheldpartijen. Het was meer dat we elkaar, zo kwam het me voor, emotioneel niet langer nodig hadden. Sinds mijn man niet meer werkte, voelde hij zich afgeschreven en was hij erg negatief. Hij hoefde de krant maar open te slaan ‘s ochtends of het mopperen begon. Een paar jaar ervoor, toen het plotseling bergafwaarts ging met zijn bedrijf, hadden we alles moeten verkopen, tot ons huis aan toe. Dat had hem geknakt. Het beeld van zichzelf als de creatieve grote man paste ineens niet meer, en het lukte hem niet daar een ander, bevredigend beeld voor in de plaats te zetten. Op de een of andere manier was de melodie uit ons huwelijk. Wij waren een gewoonte geworden waarin we elkaar de kleinste tekortkomingen zonder stemverheffing verweten. Zijn reacties op mijn avondjes uit met vriendinnen bijvoorbeeld verliepen altijd volgens hetzelfde patroon: eerst ging hij ongerust bellen waar ik bleef en dan werd hij kwaad omdat ik het zonder hem naar mijn zin had. Veel zinnen begon hij met: ‘Had je niet even…’ of: ‘Kon je niet beter…’ Een paar keer heb ik gesuggereerd een relatietherapeut te raadplegen, maar dan haalde hij getergd zijn schouders op en maakte een afwerend gebaar. Die zondagochtend, halfzittend in bed, zei ik: ‘Misschien vraag je je af waarom nu. Het antwoord is heel eenvoudig: nu zijn we nog net jong genoeg om kans te maken op een nieuw leven, over tien jaar niet meer.’

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik op dat moment al een tijdje aan het zoeken was naar een appartementje. Het klinkt misschien cru, maar in feite was dit huwelijk een vergissing van ons beiden. Toen ik er in zat, zag ik dat maar half. Ik werkte in zijn bedrijf en inzien dat ons huwelijk niet genoeg voorstelde, zou verregaande consequenties hebben gehad. Noem het opportunisme, lafheid of gewoon verantwoordelijkheidsgevoel voor onze economische eenheid en het gezin. Het heeft me jarenlang gekost om de moed die nodig was voor dit enorme besluit bijeen te rapen. En nu het zover was, werd ik niet geraakt door verdriet; noch door het mijne, noch door dat van hem. De kogel was door de kerk en hij trok als reactie een muur op en concentreerde zich op de praktische afhandeling. In afwachting van mijn verhuizing bleef ik bij hem wonen, toen hij op een avond enorme buikpijn kreeg. De volgende ochtend meldde hij zich bij de huisarts; even later bleek in het ziekenhuis dat hij blindedarmontsteking had als gevolg van een tumor aan zijn darm die zo groot was dat uitzaaiingen waarschijnlijk leken. Ik herinner me hoe ik na de operatie aan zijn bed zat, de artsen hadden ons zojuist het slechte nieuws verteld. Ik zei, niet uit misplaatst altruïsme, maar eerder uit diezelfde functionele vanzelfsprekendheid waarmee we jaren getrouwd waren geweest: ‘Maar dan blijf ik natuurlijk bij je om voor je te zorgen.’ Mijn man keek me aan en knikte.

‘Je zieleheil is je dus meer waard dan je aardse geluk.’

Vanaf dat moment waren we weer man en vrouw, zoals we de drieënveertig jaar ervoor waren geweest. Ik begeleidde hem bij zijn artsenbezoeken en zocht hem op in het ziekenhuis. Voor familie en vriendinnen was er niets veranderd, want afgezien van de kinderen had ik niemand iets verteld over ons voornemen te gaan scheiden. Iedereen benaderde ons vol mededogen en tegen mij zeiden ze: ‘Wat vreselijk ook voor jou.’ Mijn man hospitaliseerde binnen een paar weken. Al snel kon hij alleen nog praten over de gang van zaken in het ziekenhuis. En ik zorgde voor hem als een verpleegster. Er was compassie, geen liefde. Misschien zou je verwachten dat onze gesprekken ineens van aard veranderden, dat we plotseling inzagen dat we elkaar al die jaren gewoon voor lief hadden genomen, en we opnieuw iets in elkaar gingen ontdekken van die twee jonge mensen die we ooit waren – maar dat bleef allemaal uit. Liefde komt niet ineens terug bij de aankondiging van het einde, zijn dood was niet intiem. Mijn man flirtte gewoontegetrouw met de verpleegsters. Pas als we alleen waren, zag ik in zijn ogen de angst om te sterven. Tot mijn verbazing vroeg hij toen wel een psycholoog aan zijn bed. Even schoot door me heen: je zieleheil is je dus meer waard dan je aardse geluk, want voor ons huwelijk weigerde je alle hulp. Mijn man overleed. Op de begrafenis memoreerde ik de mooie gebeurtenissen in ons huwelijk, want natuurlijk waren die er ook. We waren dan geen lovers meer, maar wel vrienden; er was niemand met wie ik zo van onze kleinkinderen kon genieten als met hem.

Een jaar geleden meldde zich een vriend van mijn man, een tennismaatje. Hij verontschuldigde zich dat hij niet eerder iets had laten horen, maar zijn eigen vrouw was overleden in dezelfde tijd als mijn man. We spraken een paar keer af en gingen wandelen, en na een half jaar zoenden we en werden verliefd. Hij is iemand die met zijn camera vrolijk door veld en bos rent en alles vastlegt. Ik was totaal vergeten hoe sexy een gelukkige man kan zijn. En het mooiste van alles: hij begint nooit een zin met: ‘O, ik had wel verwacht dat je…’ Hij corrigeert me wel, want niets ontsnapt aan zijn aandacht. Maar hij maakt nergens een punt van. Kwesties krijgen geen kans meer om na te galmen.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Eva gefingeerd.

Ximena(19) kon dat zelfdodingsmiddel wel erg makkelijk kopen

Op 22 februari nam Ximena Knol een ‘zelfdodingspoeder’ in waarover sinds september op internet wordt bericht. Vader Randy en moeder Caroline verbazen zich erover hoe makkelijk hun dochter aan het middel kon komen. ‘We willen hierover de discussie aanzwengelen.’

Orkun Akinci
Randy en Caroline Knol bij het graf van hun dochter. ©Merlin Daleman

Tien euro vijftig, staat op de bankafschrijving van Ximena Knol (19). Op 29 januari met Ideal betaald aan de leverancier. Vader Randy herhaalt het bedrag kalm, maar indringend. Het was inclusief 8,95 euro aan verzendkosten, voegt hij er aan toe.

Netto haalde zijn dochter dus voor ‘anderhalve euro’ een middel in huis om uit het leven te stappen. Het is een stof die sinds september op internet rondgaat in allerlei speculaties, nadat de Coöperatie Laatste Wil (CLW) op televisie bekendmaakte een nieuw middel te hebben gevonden voor een humane, zelfgekozen dood. Officieel heeft zij nooit laten weten om welk middel het gaat. Maar de verkoop van de stof die Ximena aanschafte, steeg sindsdien aanzienlijk.

De dood van Ximena is nog vers. De uitvaart was een week geleden. Op de Udense begraafplaats Bronkhorstsingel ligt ze nu naast haar opa, van elkaar gescheiden door een smal paadje. ‘Onze schat heeft hard gevochten maar de strijd niet kunnen winnen’, schreven vader Randy en moeder Caroline op de rouwkaart. Hun dochter leed aan een posttraumatische stressstoornis en leefde in angst.

Het is niet goed dat iemand zo simpel aan een zelf­do­dings­mid­del kan komen. Ximena was echt nog een kind.

Caroline Knol, moeder

Misbruikt door een familielid, kon ze haar weg maar moeilijk vinden. Er was ruimte voor plezier. Met de honden van een vriendin, op het asiel waar ze als vrijwilliger werkte of met haar eigen hond Flip en haar stinkdiertje. Maar altijd volgde ook weer het gevecht met het verleden en zichzelf. Caroline: “Dan is het niet goed dat iemand zo simpel aan een zelfdodingsmiddel kan komen. Ximena was echt nog een kind. Emotioneel gezien, was ze misschien veertien of vijftien.”

Waardig

De ouders zijn niet tegen een vrijwillig levenseinde. Randy: “Maar we hebben wel grote moeite met de manier waarop zo’n club pronkt met dat einde. Een waardig middel, noemt de CLW de stof die Ximena gebruikte. Maar die is helemaal niet zo waardig. Op internet vind je gebruiksaanwijzingen. Je krijgt er zo veel hoofdpijn van dat je een dag tevoren met pijnstillers moet beginnen en je kunt ervan braken.” Caroline: “Ximena heeft het ‘s nachts ingenomen. Ze woonde op zichzelf, in een appartement in Veghel. Toen we haar de volgende dag zagen, was ze helemaal donkerblauw. De kleur van een spijkerbroek, daar schrokken we van.”

Op een stapeltje met acht afscheidsbrieven liet Ximena een handgeschreven velletje achter. ‘Ik hou van jullie. Het spijt me. Vergeef me’, stond er. Ze sloot af met een hartje. Randy betwijfelt of ze echt dood wilde. “Ze wilde van haar angsten af. Ximena is niet gevlucht voor het leven, maar voor de problematiek. De wetenschap dat die behandelbaar was, maakt het zo zuur. Onze dochter was een heel sociaal kind. Ze zou het nooit doen op een manier waarop anderen er last van zouden hebben. Daardoor was dit middel voor haar zo gunstig. Wij willen nu graag de discussie aanzwengelen. Waarschijnlijk hebben heel veel mensen dit nu in huis. Wij denken dat het niet vrij te verkrijgen zou moeten zijn.”

Justitie

Het bedrijf waar Ximena het ‘poeder van Drion’ kocht, levert inmiddels niet meer aan particulieren. Voorheen moest iemand duidelijk maken waarvoor het middel diende. Ximena omzeilde dit eenvoudig door te melden dat ze het voor een scheikundeopdracht nodig had. Omdat andere aanbieders nog wel gewoon leveren, vindt Caroline dat hier een taak voor de minister van justitie en veiligheid ligt.

“In september werden hierover Kamervragen gesteld aan toenmalig minister Blok. Hij nam er geen verantwoordelijkheid voor. Dat nemen we hem kwalijk.” In haar brieven schrijft Ximena dat ze vrede heeft met haar beslissing. Haar ouders denken dat meespeelde dat ze zo lang op de juiste zorg moest wachten. “Ze had constant herbelevingen en was bang dat ze haar misbruiker zou tegenkomen. Tegelijkertijd had ze voor maart al allerlei plannen gemaakt. Begin februari deed ze nog mee aan de Carbage Run, een autorally van 2500 kilometer vanuit München richting Oost-Europa.

Wij zijn altijd bang geweest dat ze dit een keer zou doen, maar eigenlijk niet op dit moment.

Randy Knol, vader

“Vijf dagen voordat ze stierf, kreeg ze een nichtje op wie ze heel trots was. Wij zijn altijd bang geweest dat ze dit een keer zou doen, maar eigenlijk niet op dit moment. Wij denken dat ze het niet had gedaan als dit middel het afgelopen half jaar niet zo in het nieuws was geweest.”

Vragen

Wat overblijft, zijn vragen. Heel veel vragen. Komt het echt door de berichtgeving? Sinds wanneer zocht Ximena naar een pijnloos middel? Heeft ze de stof goed ingenomen of moest ze tijdens de bewuste nacht nog lijden? Randy: “We denken nog steeds dat ze dit diep van binnen niet wilde. Met dit vrij verkrijgbare middel wordt het iemand heel makkelijk gemaakt om de stap te nemen. We moeten ons met zijn allen afvragen of we dat moeten willen.”

Tomado boekenrek (1958)

©Annabel Miedema

Het is de Billy van de jaren zestig, maar anders dan de notoire Ikea-kast zag het metalen boekenrek van Tomado er ook nog eens frismodern uit. Licht van constructie en met een geel-rood-blauwe Mondriaansnit in de leggers. Het rek was betaalbaar, makkelijk op te hangen en de pocketboeken (die in de jaren vijftig aan een onstuitbare opmars waren begonnen) pasten er goed in.

Het Tomado-boekenrek, dat in 1958 werd geïntroduceerd, hing al snel overal. Eerst vooral in de tienerkamer, het kantoor of het studentenhuis. Later ook in de woonkamer, waar het sombere eikenhouten meubilair gestaag plaatsmaakte voor het eigentijdse Pastoemeubel. Het Nederlandse interieur smachtte in die naoorlogse jaren naar lichte, moderne spullen. Die handige Tomadoplanken sloten naadloos op aan op die behoefte.

Het boekenrek staat in de top-3 van de best verkochte Tomado-producten ooit, zegt Marlies Hummelen. Zij schreef een standaardwerk over Van der Togts Massa Artikelen uit Dordrecht (= Tomado). Deze nijvere fabriek was in de jaren vijftig en zestig de kampioen van het oersimpele huishoudproduct. De aardappelstamper, de flessenlikker, het droogrekje en Barbertje (een sokkenmandje met twee elleboogjes die je over een kastplank schuift), je vond ze in elke woning. De reclameslogan ‘In elk huis voelt Tomado zich thuis’ was niet ver van de waarheid.

Eigenlijk was dit boekenrekje een beetje atypisch voor het Tomado-repertoire, zegt Hummelen: ‘Dit was meer een interieurproduct, niet voor de keuken of de was.’ Het succes verraste de fabriek aanvankelijk, maar er kwamen al snel varianten op de markt: een rek met plankjes van hout, een staand model en zelfs modulaire kastjes die je in het handige basisframe van gebogen, zwart gespoten draadstaal kon hangen.

Zo uitgesproken modern als het plankenrekje was, zo mistig is de ontwerpgeschiedenis. ‘Tomado was een maakfabriek, er was geen designafdeling’, zegt Hummelen. Aan het rek is de naam van hoofd verkoop, Adriaan Dekker, verbonden. ‘Maar waarschijnlijk hebben meerdere Tomado-medewerkers eraan getekend.’

Er is wel een smetje: het boekenrek leek als twee druppels water op het toen al bestaande en populaire Zweedse Nisse String-rekje. Tomado heeft nooit veel over willen zeggen over de herkomst van het idee. Maar de Zweden hebben geprocedeerd tegen Tomado, om de verkoop van het Nederlandse rekje in hun thuisland tegen te gaan.

Een van de sterkste aspecten in de bedrijfsvoering van Tomado was de inzet van marktonderzoek. ‘Tomado kreeg stapels brieven, vooral van vrouwen, met tips hoe het bedrijf zijn producten kon verbeteren’, zegt Hummelen. Daar gingen de Van der Togts op in. ‘Ze maakten veel varianten van hun producten’, zegt Hummelen. ‘Ze kenden hun publiek.’

Maar die diversiteit zou ook een last blijken. Van sommige producten waren zo veel varianten in omloop, dat het niet lukte ze rendabel te maken. Tomado werd eerst verkocht en ging ten slotte in 1982 failliet.

Toch is de merknaam ijzersterk gebleken. Het bedrijf dat rechten uit het faillissement kocht, brengt nu nog producten onder de naam Tomado op de markt. Waaronder het geel-rood-blauwe boekenrekje. Voor € 49,99 te koop, met de omschrijving: tijdloos retrodesign.

Tomado boekenrek

Voor 27,50 gulden had je de simpelste variant. Xenos vraagt nu voor het ‘retromodel’ € 49,99.

Liefdeloosheid in kapitalistische tijden – Byung-Chul Han

Vrij Nederland

Het kapitalisme werkt narcisme en depressie in de hand, en het verlies van kunst, vertrouwen en liefde. Een middag somberen in Berlijn met filosoof Byung-Chul Han.

De filosoof Byung-Chul Han houdt niet zo van interviews, maar hij houdt wel van meer dingen niet. Loom komt hij aanfietsen, op deze warme middag in juli, en terwijl hij zijn paardenstaart uit zijn nek zwiept, gebaart hij dat hij liever binnen in de airco van het café zit dan buiten onder de parasol. Vluchtig geeft hij een hand, oogcontact mijdt hij, vooral aan het begin van het gesprek, en als hij praat, kijkt hij geconcentreerd naar een punt op de muur.

'We zijn allen depressief. Ik kan mezelf niet uitsluiten.' Foto: S. Fischer Verlag‘We zijn allen depressief. Ik kan mezelf niet uitsluiten.’ Foto: S. Fischer Verlag

Zo veel mogelijk informatie

‘Wat anderen niet van mij weten, daar leef ik van’ – dat citaat van Peter Handke is het motto van Hans boekje De transparante samenleving en misschien ook een beetje het motto van zijn leven. Tot voor kort was zelfs zijn leeftijd een raadsel; Han is 55 en geboren in Seoel, waar hij afstudeerde in de metallurgie om vervolgens, begin twintig, naar Freiburg af te reizen om literatuur en filosofie te studeren. Hij doceerde aan de Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe, waar Peter Sloterdijk de scepter zwaait, en is sinds twee jaar professor aan de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn.

In 2010 werd zijn essay De vermoeide samenleving een bestseller in Duitsland en Zuid-Korea en daarmee was zijn naam gevestigd. Er volgden essays over digitale media, liefde en transparantie. Deze week komt in Duitsland een boek uit waarin hij die thema’s verbindt, genaamd Psychopolitik. Neoliberalismus und die neuen Machttechniken; in Nederland verschijnt een essaybundel.

Advertentie

Volgens Han leven wij in een samenleving waarin wij worden gedwongen zo veel mogelijk informatie prijs te geven. Dat geldt niet alleen voor overheidsinstellingen of goede doelen die worden geacht transparant te zijn, maar ook voor individuen. Alles wat eigen is, zou daardoor verloren gaan.

Transparantie wordt toch verlangd om corruptie en vriendjespolitiek te bestrijden? Dat klinkt als een goede zaak.
‘Dat ontken ik ook niet, maar de totalitaire vorm die de roep om transparantie nu aanneemt, baart me zorgen. In een transparante samenleving moet alles direct toegankelijk worden in de vorm van informatie. En dat maakt bepaalde zaken kapot.’

Zoals?
‘In de politiek zijn er zaken die langzaam moeten rijpen. Als de politiek gedwongen wordt geheel transparant te zijn, dan richten politici zich alleen maar op de korte termijn, de snelle winst. En sommige dingen moeten worden bekokstoofd in donkere achterkamertjes zonder dat iemand er lucht van krijgt, anders kunnen politici en beleidsmakers nooit ongeliefde onderwerpen ter sprake brengen.’

De hel van het gelijke

Karl Marx ageerde tegen de uitbuiting van de arbeider door de heersende klasse, maar tegenwoordig is het niet meer een ander die ons gebiedt wat we moeten doen. De mens voelt zich geen subject meer, niet meer de onderworpene, speelbal van omstandigheden, maar een project dat kan slagen en mislukken. Hij is wat hij er zelf van maakt. Het lijkt de ultieme vrijheid, maar volgens Han is deze vrijheid een wolf in schaapskleren.

Wij moeten onophoudelijk en op elk gebied onszelf dwingen, aansporen, optimaliseren. Er zijn geen grenzen meer aan wat wij zouden moeten kunnen bereiken. Han beschreef eerder in zijn essay De vermoeide samenleving de gevolgen van deze exploitatie van het zelf: de mens wordt er vooral heel erg moe van om de hele tijd ‘jezelf’ te moeten zijn. Psychische aandoeningen zoals depressie, burn-out en ADHD zijn het gevolg. ‘De prestatiesamenleving baart depressieven en kneuzen.’

De prestatiedwang die het vrije ‘ik’ zichzelf oplegt, wordt nog verhoogd door volledige transparantie. In een kantoorgebouw met tweehonderd afzonderlijke kantoortjes kan iedereen uitspoken wat hij wil. Als je de wanden uit het gebouw weghaalt, kijkt iedereen naar elkaar, controleert elkaar en conformeert zich aan de rest.

De mens heeft een akker nodig waar niet direct geoogst moet worden, een speelruimte waar je je ook kan ophouden zonder winst te moeten generen’

Bovendien is het de aard van informatie dat het behapbaar en makkelijk verteerbaar moet zijn. Op Facebook moet je in één oogopslag kunnen zien of je iets wilt liken of niet. Andere opties zijn er niet, en zo wordt alles oneindig afgevlakt en gelijkgeschakeld. Er is niets wat anders kan zijn, niets waarbij je iets langer kan stilstaan. Han noemt dat ook: de hel van het gelijke.

‘De hoeveelheid informatie die nu over ons op tafel ligt, was tien, twintig jaar geleden alleen voorstelbaar in een totalitaire staat. Nu geven wij haar vrijwillig prijs.’ Stel je Facebook voor als een leenheer, schetst Han, die ons een akker in pacht geeft. Wij verbouwen die akker als bezetenen en Facebook krijgt de oogst in de vorm van alle mogelijke informatie over ons, over onze vrienden, onze gedachtes en interesses.

De Amerikaanse schrijver Jaron Lanier (van o.a. You are not a gadget) bedacht hier iets op. Hij stelt een systeem voor waarin wij telkens een klein bedrag terugkrijgen van sociale netwerken als Facebook op het moment dat zij van onze data gebruik maken. Voor elk brokje informatie krijgen wij dan een paar cent op onze bankrekening gestort. Lanier kreeg kort geleden de gerenommeerde Friedenspreis des Deutschen Buchhandels.

Het klinkt niet als een systeem waar u een voorstander van zou zijn.
‘Het is een aanfluiting dat men hem die vredesprijs heeft gegeven. Zo wordt alles totaal geëconomiseerd! De mens heeft een akker nodig waar niet direct geoogst moet worden, een speelruimte waar je je ook kan ophouden zonder winst te moeten generen.’

Toch is het moeilijk voorstelbaar wat de mens drijft als er niet in de een of andere zin sprake is van ‘voordeel’.
‘Een paar maanden geleden is er iets voorgevallen in Griekenland waaruit blijkt dat het wel degelijk denkbaar is. Kinderen vonden in een vervallen huis een pot met geld, ongeveer veertigduizend euro. Zij speelden ermee, maakten er confetti van. Het is een voorbode van een wereld die vrij is van kapitalistische doeleinden.’

‘Kijk’, begint Han, ‘ik kan u geld uitlenen hoewel ik niet weet wat uw financiële situatie is, omdat ik u vertrouw. Ik weet niet waar u vandaan komt en wie u eigenlijk bent en wat u denkt. Toch laat ik u een stuk over mij schrijven omdat ik u vertrouw. Als ik alles over u zou weten, dan zou dat niets meer met vertrouwen te maken hebben want dan ben ik gewoon goed geïnformeerd en stem ik mijn handelen daar op af. Totale transparantie draait het vertrouwen de nek om.’

'Het kapitalisme creëert behoeften die van de mens zelf lijken te zijn maar er in werkelijkheid niets mee te maken hebben.' Foto: S. Fischer Verlag‘Het kapitalisme creëert behoeften die van de mens zelf lijken te zijn maar er in werkelijkheid niets mee te maken hebben.’ Foto: S. Fischer Verlag

Wat doe je daaraan?
‘Eerst het probleem analyseren, en dan… Het is een taak voor de politiek, maar de moeilijkheid is dat politici er baat bij hebben om het systeem in stand te houden. Politici hebben iets aan de controle, de bewaking. Dus je zou wat van de burgers verwachten. Maar wij zijn geen vrije burgers meer, want die zouden kunnen kiezen wat zij willen. We zijn consumenten die iets voorgeschoteld willen krijgen. We zitten op een dood spoor.’

Buiten poedelen kinderen in teiltjes in het park, mensen drinken witte wijn met ijsklontjes in de schaduw en de eerste barbecuewalmen waaien door het open raam naar binnen.

Volgens mij zou het gros van de mensen hier beamen dat ze vrij zijn.
‘Vrije burgers zouden een vrije keus moeten hebben. Consumenten hebben geen vrije keus, ja misschien in welke kleren ze kopen, maar dat is geen werkelijke keus. Een keus te hebben, betekent dat je voor een andere levensvorm zou kunnen kiezen. Maar wij zijn voor het karretje van het kapitalistische systeem gespannen en er wordt ons geen alternatief geboden. We zijn knechten van het kapitaal en van de consumptie.’

Hoe ben ik een knecht van de consumptie?
‘Heeft u ook Primark in Nederland? Ja? De mensen die daar heen gaan en voor twintig euro met tien kledingstukken naar buiten komen, maken inderdaad geen ongelukkige indruk. Maar vergis je niet! Het kapitalisme creëert behoeften die van de mens zelf lijken te zijn maar er in werkelijkheid niets mee te maken hebben.

De consumptie is volledig losgezongen van het gebruik. De spullen bij Primark zijn gemaakt om één, twee keer te gebruiken en daarna kan kunnen ze in de prullenmand. En wat doen die mensen met de kleren die ze kopen? Ze maken er reclame voor. Ze maken filmpjes van hun nieuw aangeschafte broeken, truien, hemden, uploaden die op YouTube en krijgen een half miljoen kijkers.

‘Met de share-economie worden deugden als vriendelijkheid en gastvrijheid volledig geëconomiseerd’

Primark hoeft zelf allang geen reclame meer te maken, want dat doen de consumenten zelf. De consumenten kopen om reclame te maken en genereren zo nog meer consumptie. Kopen, reclame maken, weggooien. Consumptie die alleen op het gebruik ervan berust, is te langzaam. Als ik de dingen daadwerkelijk zou gebruiken, zou ik niet zo veel hoeven te kopen.’

Er zijn toch steeds meer initiatieven die overconsumptie tegen willen gaan, platforms via welke je auto’s, boormachines, et cetera kan delen en lenen van buurtgenoten?
‘Dat soort initiatieven hebben wij in Duitsland ook. Deze share-economie is juist een voorbeeld van de extreme vorm die het kapitalisme heeft aangenomen. Zelfs de community wordt uitgebuit. In Duitsland hebben we Wundercar, dat is een online carpoolcentrale voor ritjes binnen de stad. Je bent niet verplicht te betalen, maar als je tevreden bent over de chauffeur kan je die een fooi geven en vijf sterren op de website.

Wundercar laat zich erop voorstaan dat het de gemeenschapszin vergroot en dat tijdens de ritjes nieuwe vriendschappen ontstaan, maar in werkelijkheid gaat het hier om geld verdienen en goede beoordelingen krijgen zodat je de volgende keer in je vrije tijd onder het mom van gemeenschapszin weer wat extra zakcenten kunt opstrijken.

Zo zijn deugden als vriendelijkheid en gastvrijheid volledig geëconomiseerd. Het kapitalisme heeft zijn hoogtepunt bereikt nu het zelfs de gemeenschap, de community, de commons, de grondslag van het communisme heeft weten in te lijven. Dat wat een tegenpool van het kapitalisme was, is er onderdeel van geworden. Het communisme en alles wat daar op lijkt is het nieuwe gat in de markt.’

Madame Bovary

Als alles open en bloot op tafel ligt, als er geen geheimen zijn en niets verborgen blijft, gaat dat ten koste van het verlangen. Han verwijst naar een scène uit Flauberts Madame Bovary waarin Emma en Léon met elkaar in een rijtuig door de hele stad rijden. Flaubert beschrijft minutieus de straten en de pleinen die de koetsier kiest, maar besteedt geen woord aan wat er in het rijtuig gebeurt. Op het laatst steekt Emma haar hand uit het raam en strooit papiersnippers als vlinders over een klaverveldje uit. ‘Die hand is het enige naakt in de scène. Verder zie je niets, en juist daardoor is het zo’n erotische passage.’

‘Het kapitalisme leidt tot een narcistische fixatie op het zelf, en de depressie is het gevolg daarvan’

Een ander motto, uit een ander boek van Han: ‘Protect me from what I want’. Het is een tekst die de Amerikaanse kunstenares Jenny Holzer in ledlampjes op Times Square installeerde. De steeds terugkerende vraag van Han is hoe je weerstand kunt bieden aan iets waar je zelf middenin zit, hoe je kunt opstaan tegen iets dat je niet tegenover je kunt krijgen omdat je er deel van uitmaakt.

U schrijft: ‘Het wilde dier kan zich niet verdiepen in de ander tegenover hem, omdat het gelijktijdig de wijde omgeving in de gaten moet houden.’ Schaadt de techniek de menselijke verhoudingen?
‘Je hóéft je niet met drie iPads, een computer en vijf smartphones te omringen. Maar het systeem vraagt ons voortdurend te multitasken omdat we voortdurend moeten presteren.’

Uw kritiek doelt niet op de techniek?
‘Het medium is het probleem niet. Het is niet de schuld van de techniek dat die nu wordt ingezet door het kapitalisme. Elk heersend systeem wil de belangrijkste media naar zijn hand zetten en dat is het kapitalisme in het geval van het internet meesterlijk gelukt. De techniek an sich heeft de potentie om hele werelddelen te emanciperen. Nu wordt hij alleen voor andere doeleinden ingezet.’

Wat doet het systeem dan met onze relatie tot de ander?
‘Het systeem maakt iedereen narcistisch. Een ieder is de ondernemer van zijn eigen ik, iedereen is alleen nog maar met zichzelf bezig. Vroeger waren het bedrijven die onderling met elkaar concurreerden, nu zijn het individuen. Maar het is doodvermoeiend om telkens maar jezelf te moeten zijn, jezelf te moeten uiten, je eigen potentieel te moeten waarmaken.

Zo leidt het kapitalisme tot een narcistische fixatie op het zelf, en de depressie is het gevolg daarvan. De ander is concurrentie, of een seksueel object dat geconsumeerd kan worden. Het is nauwelijks mogelijk uit het narcistische moeras van het ik getrokken te worden. Alleen de ander kan dat doen.’
Het is de liefde die een mens uit zijn depressie kan bevrijden – zo gesteld geen wonder dat Han maar weinig echte liefde bespeurt in onze maatschappij.

Liefde, schrijft Han, ‘is niet een mogelijkheid, want ze is niet te danken aan ons initiatief. Ze is zonder grond, ze overvalt en verwondt ons.’ Binnen het berekenende zelfbewustzijn van de moderne mens is voor die irrationele, allesverslindende liefde geen plaats. Aan de hand van de film Melancholia van Lars von Trier probeert Han dit uit te leggen: Justine is depressief en niet in staat lief te hebben, omdat zij in zichzelf verwikkeld is en de ander alleen nog kan waarnemen in haar eigen schaduw.

Volgens de interpretatie van Han is het de planeet Melancholia, die de aarde dreigt te raken, die de vorm aanneemt van de ander en zo Justine uit haar narcisme kan bevrijden. De ander, die moet onrust betekenen, onberekenbaar zijn. De catastrofe van de naderende planeet rukt Justine uit haar in zichzelf verzonken staat.

In de hel van het gelijke kan geen begeerte zijn, want er is geen werkelijk andere op wie de begeerte geprojecteerd zou kunnen worden. Als alles om jezelf draait, is het onmogelijk een ander lief te hebben. De liefde van nu noemt Han ‘gedomesticeerd’ en doet alleen nog maar dienst om onszelf in ons ego te bevestigen.

Er kunnen toch ook andere zaken zijn die ons onszelf doen vergeten, waar we geheel in op kunnen gaan? Werk, kunst, muziek?
‘We leven in een cultuur van het behagen. Alles moet ons steeds in ons ego bevestigen. Kunst moet behagen, muziek moet behagen, we moeten alles kunnen “liken”. Iets kan ons alleen maar uit onszelf losrukken zodra het negatief is, verstorend, erschütternd, waarvan je niet kan zeggen: dit vind ik leuk!’

En u?
‘Ik ben ook deel van deze wereld. En we zijn allen depressief. Ik kan mezelf niet uitsluiten. Ik ben net als iedereen verweven in het net, ik ben net als ieder ander depressief, en…’

Maar als u zich hier zo bewust van bent, dan moet u toch maatregelen kunnen nemen?
‘Het is moeilijk om uit het gelid te stappen. Het zijn de idioten die er buiten vallen. De idioot is diegene die zich bevrijdt uit het web, die niet communiceert. Hij hult zich in stilzwijgen. Kijkt u eens de film van Lars von Trier, The Idiots. De idioten staan op zichzelf.’

Bent u hier de idioot?
Ik… iedereen kan een zeker idiotisme praktiseren, maar het is moeilijk. Het is bijna onmogelijk om een buitenbeentje te zijn in het conformistische web waarin wij leven. Niemand wil opvallen. Maar de enige manier om weerstand te bieden, is om voor idioot te spelen. Het probleem is niet langer dat wij onze mening niet kunnen of mogen uiten, maar dat we de hele dag móéten communiceren.

Wat een bevrijding is het om eens niets te hoeven zeggen en te kunnen zwijgen. Alleen dan hebben we de mogelijkheid om iets steeds zeldzamers te bereiken, want alleen dan is het mogelijk te zeggen wat werkelijk waard is gezegd te worden. Wij moeten ruimten creëren waar je eenzaam kunt zijn en kan zwijgen. Er moet een manier worden gevonden om ons te bevrijden van het conformisme, de heerschappij van de totale transparantie. Dat is onze opdracht voor de toekomst.’

Zojuist verschenen bij Van Gennep: drie gebundelde essays van Byung-Chul Han onder de titel ‘De vermoeide samenleving’, 168 p., € 16,90