12 Rules for Life

WTF? Where do these fruitcakes come from?

Om de Canadees Jordan B. Peterson (1962) te hebben zien aankomen, had je heel goed moeten opletten. Hij gaf als klinisch psycholoog les, eerst op Harvard en daarna aan de Universiteit van Toronto, en publiceerde negentien jaar geleden zijn enige andere boek, het weinig opgemerkte Maps and Meaning. Daarna raakte hij actief op webfora en begon video’s op YouTube te zetten. In die video’s had hij het over alles – over de klassieke mythen, negentiende-eeuwse westerse filosofen, kunst, literatuur, Disney-films, maar vooral over de invloeden van en in de bijbel. Vanuit de bijbel waaierde hij uit naar andere thema’s: betekenis zoeken, opoffering, zelfrespect.

Op een ik-draai-er-niet-omheen-knul-toon sprak hij een steeds groter wordende groep kijkers toe over het leven. En het leven is hard, het is lijden, we moeten niet denken dat iedereen aardig, tolerant, meegaand, conflict vermijdend mag zijn. Trap niet in de progressieve ideologieën dat we alles met elkaar kunnen delen. De wereld bestaat uit een verzameling competitieve hiërarchische systemen, en je moet je rug rechten en je mouwen oprollen om status, geld en liefde te verwerven.

In 12 Rules for Life borduurt hij hierop verder. Het leven is verdeeld in twee mogelijkheden, zegt hij. In orde en in chaos. Orde is verkend terrein: ‘Dat is de honderden miljoenen jaren oude hiërarchie van plaats, status en autoriteit. (…) Orde is stam, religie, haard, huis en land. Het is de warme geborgen huiskamer waar de haard brandt en de kinderen spelen. Het is de vlag van de natie. Het is de waarde van de valuta. Orde is de vloer onder je voeten en je plannen voor de dag. Het is de grootsheid van traditie, de rijen schoolbanken in het klaslokaal, de treinen die op tijd rijden, de kalender en de klok.’ En, zegt hij herhaaldelijk, orde is mannelijk.

Chaos daarentegen is vrouwelijk, irrationeel, onvoorspelbaar: ‘Chaos is wat zich, eeuwig en ongelimiteerd, uitstrekt voorbij de grenzen van alle staten, alle ideeën en alle disciplines. Het is de buitenlander, de vreemdeling, het lid van een andere bende, het geruis in de struiken ’s nachts, het monster onder het bed, de ingehouden woede van je moeder, en de ziekte van je kind. Chaos is de vertwijfeling en de ontzetting die je voelt als je schandelijk verraden bent. Het is de plaats waar je terechtkomt als je wereld instort; als je dromen verdampen, je carrière een knauw krijgt of je huwelijk op de klippen loopt. Het is de onderwereld van sprookjes en mythen, waar de draak en het goud dat hij eeuwig bewaakt naast elkaar bestaan.’

Die chaos neemt toe, door ons eigen toedoen, schrijft Peterson. Sinds het moment dat Nietzsche God dood verklaarde zijn we ons morele kompas verloren, het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk verdwijnt de laatste veertig jaar zienderogen, waarheden die millennia onze normen bepaalden worden weggerelativeerd. De millennials die zich nu inschrijven bij geesteswetenschappen om de beste boeken ooit geschreven te mogen lezen, krijgen niets van de morele waarden van die boeken mee; in plaats daarvan krijgen ze ideologische identitaire aanvallen op de teksten. Peterson beschrijft dat hij op een congres een hoogleraar een groep studenten hoort vertellen dat hij en zijn vrouw – gezien de staat van de planeet – bewust maar één kind hebben genomen, en dat zij moeten overwegen hetzelfde te doen, als ze zichzelf als ethische wezens beschouwen. Peterson vindt het exemplarisch voor de ‘anti-humane’ intellectuele elite: die wil dat je je schaamt dat je bestaat, en dan vooral als je een man bent. >

Daarmee is meteen duidelijk wat de doelgroep van Peterson is: jonge mannen die op school en op het werk voorbij worden gestreefd door vrouwen en door minderheden. Ze voelen zich vernederd, overbodig, ze worstelen met fluïditeit en relativisme, missen een autoriteit, leidende (vader)figuren, en zoeken naar iets dat betekenis geeft.

En dus heeft Peterson twaalf regels opgesteld. Hij begint met de kreeft. Als een kreeft een gevecht met een andere kreeft heeft verloren, en bijvoorbeeld een voelspriet is kwijtgeraakt, dan verandert zijn fysionomie. Hij wordt banger, kleiner, zijn hersenen krimpen zelfs. Zo komt hij bij zijn eerste regel: wat er ook gebeurt, als je niet wilt dat je hersens krimpen: loop rechtop, schouders naar achteren.

Advertisements