Wanneer de liefde van je leven sterft

Fleur en Julian op hun laatste huwelijk in Parijs, op 7 november. ‘Het was op die dag dat Julian zich plots heel duizelig voelde.’ ©Copyright to Mahdi Aridj Photography

Fleur Pierets rouwt om Julian, met wie ze in 25 landen had willen trouwen

Ze wilden als homokoppel gaan trouwen in 25 landen, maar de dood besliste er anders over. Julian stierf, Fleur blijft over. ‘Het leven wordt je niet gegeven, het wordt je ook niet afgenomen. Het is. En dat is heel ontnuchterend.’
Ann Jooris en Fernand Van Damme

“Toen ik haar voor het eerst zag op een feestje in Amsterdam, was het alsof het licht aanging. Beter kan ik het niet omschrijven. Ja, dat was ze. En zij had net hetzelfde gevoel toen ze mij zag. Noem het een soort van helderheid, een scherpe bewustwording van ‘wow, dit is het’.

“Daarvoor was ik tien jaar getrouwd geweest met Jeroen (Olyslaegers, red.). Qua man zou ik me niemand beter kunnen voorstellen. Ik heb ook nog nooit iemand ontmoet die aan hem kon tippen. Maar we zijn uit elkaar gegaan omdat we te verschillend waren.

“Met Julian lag dat anders. Het was alsof ik mijn andere helft vond. Ik had het gevoel dat we één mens werden. Mocht iemand mij voordien gezegd hebben: je zult iemand tegenkomen met wie je letterlijk alles gaat delen, ik had het weggelachen. Ik mocht er niet aan denken, want ik was heel erg op mezelf. Zij was vroeger ook heel individualistisch en op zichzelf, maar op de een of andere manier waren we ook samen alleen. We hadden niemand nodig.

‘Ik wist zo vreselijk goed wat ik wou. Want ik had er zo goed over nagedacht. Ik weet nog altijd heel goed wat ik wil. Maar het kan niet meer. En dat is heftig’

Fleur

“Een vriendin van me zei onlangs: ‘Als ik Julian hoorde praten, het enige wat telde, was jij, al het andere was decor.’ Ik had dat ook, zij was het enige wat ik nodig had in mijn leven. Vandaar dat het zo gemakkelijk was om ons huis en al onze spullen te verkopen. Zij was mijn thuis. Waar ik leefde, maakte niet uit. We hebben op wondermooie plekken verbleven, maar we hebben ook boven een pizzeria gewoond op een kamer van twintig vierkante meter, waar ons haar voortdurend naar pizza rook, maar dat deerde niet.

“Ik heb er nooit mee geworsteld dat ik nu plots op een vrouw viel. Ik was eind de dertig toen ik haar leerde kennen. Het kon mij al zeker vijf jaar niet schelen wat mensen van mij dachten. In tegenstelling tot Julian, die uit een heel klein dorp in Friesland kwam en al van kleinsaf aan wist dat ze lesbisch was. Zij was ‘the only gay in the village’. Haar grote droom was om ooit te trouwen, wat toen gewoon ondenkbaar was.”

‘Je voegt twee dingen samen die nog niet eerder zijn samengevoegd. En de wereld is veranderd. De mensen hebben het op dat moment misschien niet in de gaten, maar dat doet er niet toe. De wereld is hoe dan ook veranderd.’

(J. Barnes, Hoogteverschillen)

©Karoly Effenberger

“Omdat we ons volledig op ons werk wilden concentreren, we hadden intussen samen het tijdschrift Et Alors? opgericht, verhuisden we naar het zuiden van Spanje. Naar een huis op een berg nabij de zee. We werkten toen als kunstenaarsduo JF. Pierets. We maakten foto’s, collages en deden performances.

“In hoeverre hebben je genderidentiteit en je seksuele geaardheid een invloed op het leven dat je leidt? Vanuit die gedachte is ook ons project 22 ontstaan. Tijdens een etentje vertelde ik eens dat gay koppels maar in 22 landen mochten trouwen. De mensen aan onze tafel vielen compleet uit de lucht. Toen dachten we: waarom eigenlijk maar in 22 landen? Kunnen we iets aan die situatie veranderen?

“Maar met kwaadheid los je niets op. Daarom wilden we vieren dat we in 22 landen wél konden trouwen. Impliciet zeiden we natuurlijk dat het in 170 landen niet mocht. Maar de focus lag op liefde, hoop en vooruitgang. Vandaar dat we die naam 22 per se wilden behouden, ook al is het aantal intussen opgelopen tot 25. Dan zie je ook echt dat een positieve evolutie mogelijk is. Dan zie je ook dat de wereld effectief vooruitgaat, ook al lijkt het soms van niet.

‘Het enige wat ik op dit moment aan het doen ben, is boeken lezen over verdriet om toch maar een houvast te hebben. En het enige wat je dan leest, is: dit gaat nooit over’

Fleur

“Als vrouw, als gay of als zwarte, heb je de verantwoordelijkheid, vind ik, om het op te nemen voor je minderheid. Dat kan gewoon door met je buren te praten. Ik vind dat je zelf stappen moet zetten naar de ander, naar de wereld toe.

“Kennen jullie Dan Savage? Toen een jongen uit zijn buurt zelfmoord pleegde omdat hij gay was, dacht hij dat hij dat misschien had kunnen voorkomen door met hem te praten. Daarom is hij gestart met het project ‘It Gets Better’. In een videoclipje van 5 minuten vertellen bekende en onbekende mensen aan jongeren: ‘It gets better’, daarom, daarom en daarom. Dat is nu een van de grootste LGBT-projecten ter wereld.

“Kijk, iedereen kan iets veranderen. Iedereen kan de wereld veranderen. Maar je moet het wel doen. Als je jongeren die met hun geaardheid worstelen toont waar we vandaan komen, wat we gerealiseerd hebben en wie daarvoor gevochten heeft, sta je al een heel grote stap verder.

‘Toen Julian het nieuws vernam heeft ze wel gehuild, maar vooral om mij en niet echt om zichzelf’

Fleur

“Toen we getrouwd zijn in New York, Antwerpen, Amsterdam en Parijs kregen we zulke fantastische reacties, dat was ongelofelijk motiverend. Ellen DeGeneres (comedienne en LGBT-activiste, ontving in 2016 de Presidential Medal of Freedom uit handen van Barack Obama, red.) stuurde ons zelfs een uitnodiging voor haar praatprogramma. Onze wereldtournee van de liefde zou culmineren in 2019 in het Museum of Modern Art (MOMA) in New York ter gelegenheid van de World Pride, met een fototentoonstelling, een documentaire van onze 25 huwelijken en een postkaartenproject.

“De mensen die ons het meest hebben beïnvloed de afgelopen zeven jaar, zoals Marina Abramovic, Jeff Koons en Siri Hustvedt, hadden we gevraagd ons een huwelijkskaart te sturen. Zij reageerden allemaal zo enthousiast.”

‘Elk verhaal van liefde is een potentieel verhaal van verdriet. Zo niet onmiddellijk, dan wel later. Zo niet voor de een, dan wel voor de ander. Soms voor beiden.’

(J. Barnes, Hoogteverschillen)

©RV Femke Van Hettema

“Op ons huwelijk in Parijs op 7 november voelde Julian zich plots heel duizelig. Begin december vertelden de dokters in het ziekenhuis ons dat ze nog drie maanden te leven had.

“Toen ze het nieuws vernam heeft ze wel gehuild, maar vooral om mij en niet echt om zichzelf. Want wat moest er nu met mij gebeuren? En met ons project. Dat was het enige waar ze mee zat. Ze wist dat ze ging sterven, het was een uitgemaakte zaak.

“Een week later kon ze al niet meer op haar woorden komen, haar herinneringen waren verdwenen. Ik hielp haar om de trap op te lopen omdat ze niet meer kon stappen. Ze sliep bijna de hele tijd. We kregen de diagnose en nog geen twee maanden later was ze al dood.

“Anderhalf jaar voordien had Julian borstkanker gehad. De dokters hadden haar beide borsten verwijderd en haar ook nog chemo- en hormoontherapie voorgeschreven, voor de zekerheid. Maar dat wilde ze niet. Nu denk ik: wat een geluk! Anders had ze tot aan haar dood chemo gekregen, was ze ziek geweest tot ze stierf. Want die borstkanker bleek achteraf helemaal geen initiële kanker te zijn, maar een uitzaaiing. Julian had meer dan vijftig tumoren in haar hoofd, een proces dat al meer dan tien jaar aan de gang bleek te zijn. Anderhalf jaar geleden had er niets meer aan gedaan kunnen worden. Ik ben zo blij dat wij dat nooit geweten hebben. We hebben echt de kans gehad om een fantastisch leven te leiden, zowel ervoor als erna. Als de dood dan komt, is het des te schrijnender, maar je hebt het wel gehad.

“Wij waren verschrikkelijk goed in leven. Na onze beginperiode in Amsterdam en Antwerpen zochten we de warmte op in Spanje en we hebben daar drie jaar heel intens geleefd en gewerkt. Dat was een heerlijke tijd. Toen we hoorden dat Julian borstkanker had zijn we heel hard geschrokken, want je denkt uiteraard dat je onoverwinnelijk bent. We realiseerden ons toen voor het eerst dat er zomaar iets kon gebeuren.

‘Je rouwt om degene die weg is, je rouwt om jezelf dat weg is en je rouwt om je toekomst die wegvalt en dat is heel zwaar voor je lichaam’

Fleur

“Vanuit dat besef hebben we ons leven volledig herbekeken: wat zijn de dingen die we nog willen doen? We hebben los van elkaar een lijst gemaakt: hoe ziet ons ideale leven eruit? Wat willen we nog realiseren? Wat willen we zeker niet? Wat vinden we fijn, wat niet? We hebben toen die twee lijsten naast elkaar gelegd en een blueprint gemaakt van hoe we verder wilden leven. En we dachten: oké, dit is het moment om met ons huwelijkproject te beginnen. We hebben alles verkocht en zijn elk met één koffer in de hand aan onze wereldtournee begonnen.

Fleur: ‘Ik had graag geweten wat zij dacht. ‘Waar ga je naartoe?’ ‘Wat denk je dat er gaat gebeuren?’ ©Karoly Effenberger

“Ik wist zo vreselijk goed wat ik wou. Want ik had er zo goed over nagedacht. Ik weet nog altijd heel goed wat ik wil. Maar het kan niet meer. En dat is heftig.

“De dokters hadden gezegd: we kunnen haar nog behandelen, maar ze zal nooit meer uit een ziekenhuisbed komen. Ze had overal tumoren: in haar hoofd, rond haar hart, in haar botten. Op dat moment heb ik haar gevraagd: kies, ik zal nooit van je weggaan, ik zal altijd bij je blijven, ook al lig je twintig jaar in een ziekenhuisbed. Maar ze wilde geen pijn, ze wilde niet afzien. Haar geheugen zou nooit meer terugkomen. Ze was ook heel trots. ‘Ik ga gewoon een idioot worden’, zei ze. En gelukkig, op een gegeven moment merkte ik dat ze niet meer wist wat er gebeurde. Daar was ik wel dankbaar om. Ze wist niet meer dat ze niet meer kon spreken.

“Het enige jammere is dat we het er niet meer over kunnen hebben. Julian was heel spiritueel, op een nuchtere manier. Ik had graag geweten wat zij dacht. ‘Waar ga je naartoe?’ ‘Wat denk je dat er gaat gebeuren?’ Wij losten alles op door erover te praten. Wij deden niets anders dan met elkaar praten. En nu ineens kan dat niet meer.

“In het ziekenhuis was ik haar beginnen voorlezen. Eerst uit Murakami, want dat was haar favoriete schrijver, maar dat bleek te zwaar en ik zag dat ze niet kon volgen. Daarna uit Toon Tellegen, uit Misschien wisten zij alles, een bundeling vrolijke korte dierenverhaaltjes. Op het einde zei ze: ‘Je bent de allerbeste eekhoorn die er is.’ Ze moet dus toch nog flarden begrepen hebben. Na haar dood heb ik Toon Tellegen een brief geschreven om hem te bedanken voor het boek. Hij had erom moeten huilen.

“Ze is gestorven toen ik naast haar lag. Ik had haar gewoon vast. Alles is gegaan zoals het moest gaan. Op het einde durfde ik al bijna niet meer te gaan plassen. Ik was helemaal uitgedroogd. Maar ik was wel bij haar.”

‘Je voegt twee mensen samen die nog niet eerder zijn samengevoegd. Dan wordt, op enig moment, vroeg of laat, om de een of andere reden, een van de twee weggenomen. En wat wordt weggenomen is groter dan de som van wat er eerst was.’

(J. Barnes, Hoogteverschillen)

‘Julian was zo mooi. Op het einde van haar leven kreeg ze bijna iets onaards, iets etherisch’

Fleur

“Ik ben begonnen met schrijven toen ze ziek werd. Omdat ik heel erg bang was dat ik herinneringen zou verliezen. Als ik het nu herlees, weet ik half wat er is gebeurd. Ik heb opgeschreven wat de dokters hebben gezegd, wat zij nog heeft gezegd, wat ik heb gezegd. En dat is goed, want dat is helemaal weg. Die weken zijn helemaal blank. Ik weet niet meer wat voor gesprekken we hebben gehad. Ik kan mij er niets van herinneren, dus het is goed dat ik het heb opgeschreven. Nu weet ik het.

“Julian was zo mooi. Op het einde van haar leven kreeg ze bijna iets onaards, iets etherisch. Zelfs toen ze helemaal weg was, kon ik naar haar kijken en denken: hoe kan je zo mooi zijn? Dat is ook iets wat wegvalt natuurlijk. De blik van de ander. Zij vond mij heel creatief en mooi en interessant, en ik vond dat ook van haar. Op die manier voed je elkaar, je maakt elkaar sterker, moediger ook. Ik kon de wereld aan met haar. Zij durfde alles met mij. Dan ga je je toch afvragen: besta je door de blik van de ander? In zekere zin wel hé. Dat maakt het ook heel verwarrend nu.”

‘We treuren in overeenstemming met ons karakter.’

(J. Barnes, Hoogteverschillen)

“Het enige wat ik op dit moment aan het doen ben, is boeken lezen over verdriet om toch maar een houvast te hebben. Hoe ga je hiermee om? Wat is rouwen? Wat doet dat met je lijf, wat doet dat met je hoofd? Wat zijn de symptomen? Hoelang duurt dat? En het enige wat je dan leest, is: dit gaat nooit over. Als je rouwt om je geliefde wordt er blijkbaar een soort van neurohormoon in je hersenen vrijgemaakt, waardoor je gaat denken dat je ook zelf gestorven bent. Je bent niet meer wie je was.

“Rouw is dus drievoudig. Je rouwt om degene die weg is, je rouwt om je zelf dat weg is en je rouwt om je toekomst die wegvalt en dat is heel zwaar voor je lichaam. Mijn spieren, mijn schouders, alles zit vast. Mijn immuunsysteem werkt niet meer. Ik moet dus goed zorg dragen voor mezelf, ook vanuit een soort van verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van haar.

“Slapen kan ik wel, maar eigenlijk ben ik liever wakker zodat ik niet elke ochtend opnieuw hoef mee te maken dat ze doodgaat.

“Ik zou moeten beginnen werken, maar ik sta op en ik weet niet wat ik moet doen. Dus ik zou bij wijze van spreken de hele dag Netflix kijken. Of de hele dag lezen. Maar effectief iets doen? Ik weet niet meer hoe het moet.

“Mijn ratio zegt mij dat ik verder moet, maar ik voel het niet. Als ik afga op mijn gevoel, zou ik gewoon in mijn bed kruipen. Er is dus een groot verschil tussen verder willen en verder kunnen. Maar ik ben geen mens om depressief te worden, daar hou ik me wel aan vast.

“Elk verlies is helemaal anders. Vroeger dacht ik dat alle verlies hetzelfde was: iemand sterft en het leven gaat verder. Maar zo is het niet. Mensen schrijven mij dat alles een reden heeft, dat ik hieruit zal leren, dat ik hier sterker zal uitkomen, dat ik nog zo jong ben, dat er nog een heel leven voor mij ligt. De clichés, hé. Maar hoe heb ik vroeger zelf altijd gereageerd, denk ik dan? Als iemand stierf, zei ik ook: ‘Veel sterkte’. Maar waar slaat dat op? Dat is zó léég. En dan word ik kwaad. Maar boosheid zuigt alle energie uit je weg. Net als de waarom-vraag. Je zit constant te malen over een vraag waar er toch geen antwoord op bestaat. Heeft het leven nog zin of niet? Daar moet je zelf een antwoord op formuleren. Ik wil het niet uit handen geven aan God of aan het universum. Dat is fijn als je dat kunt, maar ik ben daarvoor te nuchter.

(lees verder onder de foto)

Julian en Fleur in de Verenigde Staten. ‘Soms zou ik mensen op hun gezicht willen slaan, maar dan denk ik: nee het ligt niet aan hen, het ligt aan mij.’ ©RV © JF. Pierets

“Er komt heel veel irrationaliteit in mij naar boven, maar tegelijk ben ik wel blij dat ik die kan relativeren. Soms zou ik mensen op hun gezicht willen slaan, maar dan denk ik: nee het ligt niet aan hen, het ligt aan mij. Ik ben degene die helemaal in de war is en niet zij. Als je het niet hebt meegemaakt, weet je niet wat het is.

“Het voelt wel heel isolerend. Ik ben precies een soort onwillige toerist in mijn eigen leven. Ik zit naar alles te kijken en denk: ik wil hier niet zijn. Ik wil niet in dit leven zitten dat ik nu heb. Maar dit is het leven. Zo gaat het de hele tijd door in mijn hoofd: ik wil dit niet, ik wil dit niet. Maar toch is het zo. En dat is heftig.

‘Als je de dood stript van alle miserie, is het een romantische gedachte. Voor een ander. Voor jezelf is het gewoon donker en leeg’

Fleur

“Ik kom mezelf ook voortdurend tegen. En nu besef ik pas in welke grote clichés ik kon denken. Zo ben ik er altijd rotsvast van overtuigd geweest dat het leven in zekere zin maakbaar was, dat je zelf altijd keuzes en mogelijkheden hebt, ook in moeilijke omstandigheden. Maar dat is niet zo en dat is heel confronterend om te ontdekken. Julian had geen keuzes meer, ze had geen mogelijkheden meer. Ik heb ook geen mogelijkheden meer om nog ooit iemand te leren kennen. Ik heb mijn liefde gehad. En oké, dit is het dan voor de rest van mijn leven. Het is heel bizar om dat te bedenken.

“Als je de dood stript van alle miserie, is het een romantische gedachte. Voor een ander. Voor jezelf is het gewoon donker en leeg.

“In het begin was ik ook zo teleurgesteld. Waarom ben ik de liefde van mijn leven tegengekomen, en waarom wordt ze mij nu afgenomen? Wat is de zin daarvan? Waarom werd die liefde mij dan gegeven? En dan kun je enkel concluderen: het leven wordt je niet gegeven, het wordt je ook niet afgenomen. Het is. En dat is heel ontnuchterend, maar op een of andere manier ook rustgevend. Het zet alles ineens op zijn plaats.

“Jeroen vertelde mij dat hij ooit gelezen had dat je DNA een bepaalde periode heeft, en dan is het op. Ik ben daarop beginnen doordenken en ik vind dat wel een mooie gedachte. Op die manier kan ik haar leven bekijken als afgerond en niet als onderbroken.

“Maar ik ga nooit meer zeggen: het leven heeft een bepaalde zin of bedoeling. Ik denk dat het leven volledig nutteloos is. Het enige wat betekenis heeft, is de betekenis die jij eraan geeft. Het leven zelf heeft geen doel. Het leven is. Op die manier kan ik er wel wat mee weg, wat niet betekent dat ik ermee om kan. Ik zit in een existentiële crisis en dat zal waarschijnlijk nog heel lang duren.”

‘Dit is wat zij die de verdrietskeerkring nog niet zijn gepasseerd vaak niet begrijpen: het feit dat iemand dood is, mag dan betekenen dat hij of zij niet meer leeft, maar het betekent niet dat hij of zij niet meer bestaat.’

(J. Barnes, Hoogteverschillen)

©Karoly Effenberger

“Op een gegeven moment werd Julian heel triestig bij de gedachte dat ons project en alles wat we de afgelopen zeven jaar gerealiseerd hadden vergeten zou worden. Toen heb ik haar beloofd om er een boek over te schrijven. Ze vond dat heel fijn, maar wilde niet dat ik dat beloofde, omdat dat te veel druk op mij zou leggen. Dat was typisch zij. Ze dacht helemaal niet aan zichzelf.

“Met ons tijdschrift bereiken we zo’n 750.000 lezers wereldwijd. Ons huwelijksproject is niet af, maar als je kijkt naar wat het internationaal teweeg heeft gebracht, moest het ook niet af zijn. Het feit dat we die aanzet hebben gegeven, was blijkbaar al heel betekenisvol. Ook landen waar het homohuwelijk verboden is, hebben ons project opgepikt. Daarom denk ik: ik mag dat nu niet laten vallen. Niet alleen omdat het er dan niet zou komen, maar ook omdat ik dan het gevoel zou hebben dat alles wat zij gedaan heeft voor niets zou zijn geweest. Als ik er nu mee zou stoppen, wat heeft zij dan al die jaren betekend? Zij heeft mee de basis gelegd van iets wat ik moet afmaken. Op welke manier dan ook.

‘Ik hoop wel dat ik haar ooit terugzie. Dat perspectief heb ik nodig’

Fleur

“Trouwen zullen we niet meer kunnen doen, maar ik wil wel een documentaire maken van ’22’, met beeldmateriaal van onze vier huwelijken en mooie verhalen van mensen over hoe het homohuwelijk in hun land tot stand is gekomen.

“Ik hoop wel dat ik haar ooit terugzie. Dat perspectief heb ik nodig. Ik was zo kwaad toen ze ziek was. Ze was zo mager en broos geworden. Haar botten waren aan het verbrokkelen, dus ik moest oppassen om haar niet te breken. Ik legde haar bijna in watjes. Ik hoopte als haar lijfje echt weg zou zijn, dat ik haar nog zou kunnen voelen. Maar dat is niet zo, ik voel haar niet. Ik wenste dat ik hallucinaties had, dat ik haar aanwezigheid fysiek zou voelen, maar ik voel haar niet. Zal ik haar ooit nog kunnen aanraken? Die vraag is misschien de ideale remedie tegen zelfmoord. Wat is de garantie dat ik haar terugvind? Voor hetzelfde geld besluit ik om met haar mee te gaan en is er niets. Zoals er nu niets is. Ik voel haar niet, maar ze zit in mij, dat weet ik. Laten we dus gewoon doorgaan.”

Advertisements